Wet wapens en munitie

Inhoud
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Erkenning
§ 3 Bepalingen voor wapens van categorie I
§ 4 Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 4a Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
§ 5 Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6 Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7 Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7a Markering van vuurwapens en munitie
§ 8 Veiligheidseisen
§ 9 Beroep
§ 9a Registratie ter uitvoering van Richtlijnverplichtingen
§ 10 Bepalingen over de uitvoering van de wet
§ 11 Toezicht op de naleving
§ 11a Opsporing
§ 12 Strafbepalingen
§ 13 Maatregelen
§ 14 Slotbepalingen

Artikel 32

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Verlof tot verkrijging van wapens van categorie II of III wordt door de korpschef verleend aan:

    1. personen die een ontheffing als bedoeld in artikel 4 voor een wapen van categorie II bezitten, of;

    2. personen die een verlof tot voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens voorhanden mogen hebben.

  2. indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, wordt:

    1. geen verlof als bedoeld in het eerste lid verleend zonder voorafgaande toestemming van die lid-staat, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen;

    2. door Onze Minister mededeling gedaan aan die lid-staat van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een aangifte is onderworpen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-02-2022 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Verlof tot verkrijging van wapens van categorie II of III wordt door de korpschef verleend aan:

    1. personen die een ontheffing als bedoeld in artikel 4 voor een wapen van categorie II bezitten, of;

    2. personen die een verlof tot voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens voorhanden mogen hebben.

  2. indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, wordt:

    1. geen verlof als bedoeld in het eerste lid verleend zonder voorafgaande toestemming van die lid-staat, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen;

    2. door Onze Minister mededeling gedaan aan die lid-staat van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een aangifte is onderworpen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet wapens en munitie