Wet wapens en munitie

Inhoud
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Erkenning
§ 3 Bepalingen voor wapens van categorie I
§ 4 Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 4a Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
§ 5 Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6 Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7 Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7a Markering van vuurwapens en munitie
§ 8 Veiligheidseisen
§ 9 Beroep
§ 9a Registratie ter uitvoering van Richtlijnverplichtingen
§ 10 Bepalingen over de uitvoering van de wet
§ 11 Toezicht op de naleving
§ 11a Opsporing
§ 12 Strafbepalingen
§ 13 Maatregelen
§ 14 Slotbepalingen

Artikel 45

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens deze wet bepaalde zijn belast:

    1. de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren;

    2. de bij of krachtens artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren;

    3. de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

  2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 2, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  3. De toezichthouder beschikt slechts over de in artikel 5:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheid voorzover het betreft het openen van verpakkingen in het kader van het onderzoek van ladingen.

  4. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in artikel 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-02-2022 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens deze wet bepaalde zijn belast:

    1. de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren;

    2. de bij of krachtens artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren;

    3. de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

  2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 2, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  3. De toezichthouder beschikt slechts over de in artikel 5:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheid voorzover het betreft het openen van verpakkingen in het kader van het onderzoek van ladingen.

  4. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in artikel 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet wapens en munitie