Wet wapens en munitie

Inhoud
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Erkenning
§ 3 Bepalingen voor wapens van categorie I
§ 4 Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 4a Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
§ 5 Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6 Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7 Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7a Markering van vuurwapens en munitie
§ 8 Veiligheidseisen
§ 9 Beroep
§ 9a Registratie ter uitvoering van Richtlijnverplichtingen
§ 10 Bepalingen over de uitvoering van de wet
§ 11 Toezicht op de naleving
§ 11a Opsporing
§ 12 Strafbepalingen
§ 13 Maatregelen
§ 14 Slotbepalingen

Artikel 52 (Inbeslagname- en fouilleringsbevoegdheid WWM)

Actueel
  1. De opsporingsambtenaren zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.

  2. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd personen aan hun kleding te onderzoeken indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van:

    1. een gepleegd strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt;

    2. een gepleegde overtreding van de artikelen 13, 26 of 27;

    3. aanwijzingen dat een strafbaar feit als bedoeld onder a of b zal worden gepleegd.

  3. In een veiligheidsrisicogebied als bedoeld in artikel 151b, eerste lid, of 174b, eerste lid, van de Gemeentewet, kan de officier van justitie gelasten dat tegenover een ieder de bevoegdheid kan worden uitgeoefend om hem aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van wapens of munitie. Het bevel bevat een omschrijving van het aangewezen gebied en de geldigheidsduur die niet langer dan twaalf uur mag bedragen. Het bevel bevat voorts de feiten en omstandigheden, op grond waarvan de toepassing van de bevoegdheid om een ieder aan zijn kleding te onderzoeken op wapens of munitie noodzakelijk wordt geacht.

  4. Het bevel, bedoeld in het derde lid, wordt schriftelijk gegeven, tenzij dit omwille van de spoed niet mogelijk is. In dat geval wordt het bevel zo spoedig mogelijk op schrift gesteld.

  5. De opsporingsambtenaren alsmede andere daartoe door Onze Minister aangewezen personen zijn bevoegd een persoon die zich bevindt op een bij regeling van Onze Minister aangewezen luchthaven, te allen tijde aan zijn kleding en de verpakking van goederen, met inbegrip van reisbagage, alsmede diens vervoermiddel, te onderzoeken.

  6. Onze Minister wijst een luchthaven met toepassing van het vijfde lid slechts aan indien dat naar zijn oordeel met het oog op de veiligheid nodig is.

Uitleg

Wat regelt dit artikel?

Dit artikel geeft opsporingsambtenaren extra bevoegdheden om wapens en munitie op te sporen en in beslag te nemen. Het doel is duidelijk: gevaarlijke voorwerpen zo snel mogelijk uit handen halen en zo de veiligheid vergroten.

In het kort:

  • Opsporingsambtenaren mogen voorwerpen in beslag nemen als die daarvoor vatbaar zijn artikel 94 Sv of artikel 94a Sv.
  • Zij mogen iemand verplichten om zulke voorwerpen af te geven.
  • Als daar een goede reden voor is, mogen zij iemand aan de kleding onderzoeken.

Wanneer mag iemand aan de kleding worden onderzocht?

Dat mag alleen als er een redelijke aanleiding is. Bijvoorbeeld:

  • na een strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt;
  • bij een overtreding van bepaalde artikelen uit de Wet wapens en munitie;
  • als er aanwijzingen zijn dat zo’n feit waarschijnlijk gaat gebeuren.

Extra bevoegdheid in een veiligheidsrisicogebied

In een veiligheidsrisicogebied kan de officier van justitie bepalen dat iedereen daar aan de kleding mag worden onderzocht op wapens of munitie. Zo’n bevel geldt alleen voor een bepaald gebied en maximaal twaalf uur. De officier moet ook uitleggen waarom dit nodig is.

Schriftelijk vastleggen

Zo’n bevel moet normaal gesproken schriftelijk worden gegeven. Alleen als het heel dringend is, mag dat eerst mondeling. Daarna moet het alsnog zo snel mogelijk op papier worden gezet.

Op luchthavens

Op een aangewezen luchthaven mogen opsporingsambtenaren, en andere door de minister aangewezen personen, iemand altijd aan de kleding onderzoeken. Ook bagage, verpakkingen en het vervoermiddel mogen worden gecontroleerd. De minister wijst alleen een luchthaven aan als dat nodig is voor de veiligheid.

Waarom is dit artikel belangrijk?

Dit artikel geeft de politie en andere bevoegde personen middelen om snel in te grijpen als er gevaar is door wapens of munitie. Tegelijk zitten er grenzen aan die bevoegdheden, zodat controles niet zomaar overal en altijd mogen plaatsvinden.

De uitleg is een samengevatte en vereenvoudigde tekst. Die kan fouten bevatten. Je kan via de functies in de social-sectie reageren als dit niet goed of volledig is. Dan passen we dat aan.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 13-05-2014 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing

Annotaties

Publiek
“Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.”
Bij de WWM geldt dat deze ook aan de verdachte kan worden gericht. Geen cautie verplicht, sommige vragen kunnen, maar voorzichtigheid geboden voor de opsporingsambtenaar ECLI:NL:HR:2019:1928.
Publiek
“te allen tijde”
Hiermee moet vooral worden gedacht aan dat de reguliere beperkingen van artikel 95 Sv en artikel 96 Sv niet van toepassing zijn, maar niet dat het zomaar aan een ieder kan worden gericht.

In de praktijk dient er sprake te zijn van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Zie ook ECLI:NL:PHR:2006:AU8064.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet wapens en munitie