Wet personenvervoer 2000 Actueel

Inhoud

§ 4

Bepalingen inzake de aanbesteding van concessies

Artikel 61

  1. Concessies voor openbaar vervoer worden slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden, tenzij artikel 63a of artikel 64, eerste lid, van toepassing is.

  2. In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen kan het eerste lid buiten toepassing worden gelaten voor de verlening van een concessie voor regionaal openbaar vervoer per trein als bedoeld in artikel 20, vierde lid.

  3. Indien het openbaar vervoer uitvalt of dreigt uit te vallen kan, in afwijking van het eerste lid, een aanbesteding van dat openbaar vervoer achterwege blijven. Artikel 5, vijfde lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing.

  4. In afwijking van het eerste lid kan een concessie voor openbaar vervoer worden verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien die concessie voldoet aan een van de kenmerken, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van verordening (EG) 1370/2007.

Artikel 62

  1. Een concessieverlener sluit een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, of een vervoerder waarop die vervoerder invloed heeft uit van de aanbesteding van een concessie voor openbaar vervoer buiten het krachtens artikel 20, derde lid, aangewezen gebied waar de concessie op grond van artikel 63a verleend is, ook indien die invloed slechts minimaal is.

  2. Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20, sluit een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, of een vervoerder waarop die vervoerder invloed heeft uit van de aanbesteding van vervoer buiten het krachtens artikel 20, derde lid, aangewezen gebied waar de concessie op grond van artikel 63a verleend is, waarop artikel 2, tweede of vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur van toepassing is verklaard, ook indien die invloed slechts minimaal is.

  3. Een concessieverlener of een bestuursorgaan kan een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, of een vervoerder waarop die vervoerder invloed heeft, uitsluiten van de aanbesteding van vervoer binnen het krachtens artikel 20, derde lid, aangewezen gebied waar de concessie op grond van artikel 63a verleend is, ook indien die invloed slechts minimaal is.

  4. Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede of derde lid, sluit een vervoerder uit van een aanbesteding als bedoeld in het eerste of tweede lid, indien die vervoerder is gevestigd in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de wederkerigheid van de toegang tot de desbetreffende markt voor personenvervoer voor vervoerders die in Nederland zijn gevestigd niet gewaarborgd is.

  5. Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EG) 1370/2007.

  6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijk vervoerbedrijf in de zin van artikel 69, eerste of zevende lid, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden.

Artikel 63

  1. Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt verzoeken een rapportage uit te brengen inzake de effecten voor de mededinging op de Nederlandse markt voor openbaar vervoer of een deel daarvan, van een op een aanvraag als bedoeld in artikel 61, tweede lid te nemen besluit.

  2. De rapportage is niet eerder openbaar dan nadat Onze Minister een besluit over de aanvraag heeft genomen.

  3. De rapportage wordt meegezonden met de beslissing op de aanvraag.

← terug naar Wet personenvervoer 2000