Wet personenvervoer 2000

Inhoud

Artikel 19a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. In afwijking van artikel 19 en onverminderd verordening (EG) 1370/2007 heeft een spoorwegonderneming die voornemens is capaciteit aan te vragen en naar aanleiding van dat voornemen daarvan overeenkomstig artikel 57, vierde of vijfde lid, van de Spoorwegwet melding heeft gemaakt, onder eerlijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden recht op toegang tot hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in de Spoorwegwet met het oog op de exploitatie van passagiersvervoer per trein. Dit omvat het recht om passagiers te laten instappen op elk station en hen uit te laten stappen op een ander station.

  2. Het recht op toegang tot de spoorinfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, wordt beperkt voor het passagiersvervoer tussen een bepaald vertrekpunt en een bepaalde bestemming wanneer:

    1. voor dezelfde route of voor een alternatieve route een of meer concessies zijn verleend, en

    2. de uitoefening van het toegangsrecht het economisch evenwicht van de betreffende concessie of concessies in gevaar zou brengen.

  3. Het recht op toegang wordt beperkt met betrekking tot hogesnelheidspassagiersvervoer overeenkomstig artikel 11 bis van richtlijn 2012/34/EU.

  4. Om vast te stellen of het economisch evenwicht van de concessie of concessies in gevaar komt, als gevolg van het voorgenomen vervoer dat ingevolge artikel 57, vierde lid, van de Spoorwegwet is gemeld, geeft de Autoriteit Consument en Markt een beschikking op basis van een objectieve economische analyse met inachtneming van de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU.

  5. Indien een concessie voor het openbaar vervoer per trein is verleend vóór 16 juni 2015 is, met inachtneming van artikel 11, vijfde lid, van richtlijn 2012/34/EU, dit artikel niet van toepassing gedurende de looptijd van de concessie, of tot en met 25 december 2026, indien de laatst genoemde termijn korter is.

01-07-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 30-07-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 30-06-2021.

Tekst van deze versie

  1. In afwijking van artikel 19 en onverminderd verordening (EG) 1370/2007 heeft een spoorwegonderneming die voornemens is capaciteit aan te vragen en naar aanleiding van dat voornemen daarvan overeenkomstig artikel 57, vierde of vijfde lid, van de Spoorwegwet melding heeft gemaakt, onder eerlijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden recht op toegang tot hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in de Spoorwegwet met het oog op de exploitatie van passagiersvervoer per trein. Dit omvat het recht om passagiers te laten instappen op elk station en hen uit te laten stappen op een ander station.

  2. Het recht op toegang tot de spoorinfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, wordt beperkt voor het passagiersvervoer tussen een bepaald vertrekpunt en een bepaalde bestemming wanneer:

    1. voor dezelfde route of voor een alternatieve route een of meer concessies zijn verleend, en

    2. de uitoefening van het toegangsrecht het economisch evenwicht van de betreffende concessie of concessies in gevaar zou brengen.

  3. Het recht op toegang wordt beperkt met betrekking tot hogesnelheidspassagiersvervoer overeenkomstig artikel 11 bis van richtlijn 2012/34/EU.

  4. Om vast te stellen of het economisch evenwicht van de concessie of concessies in gevaar komt, als gevolg van het voorgenomen vervoer dat ingevolge artikel 57, vierde lid, van de Spoorwegwet is gemeld, geeft de Autoriteit Consument en Markt een beschikking op basis van een objectieve economische analyse met inachtneming van de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU.

  5. Indien een concessie voor het openbaar vervoer per trein is verleend vóór 16 juni 2015 is, met inachtneming van artikel 11, vijfde lid, van richtlijn 2012/34/EU, dit artikel niet van toepassing gedurende de looptijd van de concessie, of tot en met 25 december 2026, indien de laatst genoemde termijn korter is.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet personenvervoer 2000