Wet personenvervoer 2000 Actueel

Inhoud

§ 1

Algemene bepalingen inzake verlening van concessies

Artikel 44

  1. De concessieverlener stelt ten behoeve van de verlening van een concessie, met uitzondering van een concessie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, een programma van eisen vast.

  2. Het programma van eisen heeft in elk geval betrekking op:

    1. de bereikbaarheid in het gebied waarvoor een concessie wordt verleend en op de functie van het openbaar vervoer voor degenen die daarvan afhankelijk zijn;

    2. de algemene eisen die aan het te verrichten openbaar vervoer worden gesteld;

    3. de afstemming met het openbaar vervoer in aangrenzende gebieden, alsmede met andere vormen van personenvervoer;

    4. de afstemming met milieudoelstellingen van de concessieverlener;

    5. de te benutten infrastructurele voorzieningen.

  3. Voordat het programma van eisen wordt vastgesteld, vraagt de concessieverlener overeenkomstig artikel 27, tweede tot en met vierde lid, ter zake advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. Bij de verlening van de desbetreffende concessie is artikel 27 niet van toepassing.

  4. Een concessieverlener publiceert het programma van eisen dat is opgesteld voor een concessie voor openbaar vervoer die wordt verleend zonder dat daarvoor een aanbesteding wordt gehouden voorafgaand aan de verlening van die concessie.

Artikel 45

Overleg als bedoeld in artikel 26 over het verlenen van een concessie vindt plaats voordat een concessieverlener het programma van eisen vaststelt.

Artikel 46

  1. Een vervoerder die openbaar vervoer verricht zonder daartoe verleende concessie verstrekt desgevraagd binnen een door een concessieverlener te bepalen termijn aan de concessieverlener gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de verlening van een concessie voor dat openbaar vervoer. Artikel 4, achtste lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van overeenkomstige toepassing.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gegevens die worden verstrekt en de wijze waarop controle op die gegevens wordt uitgeoefend.

  3. Ten aanzien van concessiehouders van concessies die zijn verleend vóór de inwerkingtreding van artikel III, onderdeel K, van de Wet tot wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU 2016, L 138/44), richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138/102), richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur (PbEU 2016, L 352/1) en tevens ter goede uitvoering van verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016 L138/1) en van verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22), geldt artikel 46 van deze wet zoals dat luidde vóór het bovengenoemde tijdstip.

Artikel 49

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aanbesteding van concessies plaatsvindt.

Artikel 50

De concessieverlener stelt een aanbestedingsreglement vast voor de procedure van aanbesteding van concessies.

← terug naar Wet personenvervoer 2000