Wet personenvervoer 2000

Inhoud

Artikel 19c

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, eerste en vierde lid, kan aan spoorwegondernemingen een heffing opleggen voor de exploitatie van een passagiersvervoerdienst op onder zijn concessiebevoegdheid vallende trajecten tussen twee stations in Nederland.

  2. Indien een spoorwegonderneming recht heeft op toegang als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, kan Onze Minister aan deze spoorwegonderneming een heffing opleggen voor de exploitatie van een passagiersvervoersdienst op de relevante trajecten tussen twee stations in Nederland.

  3. De heffing, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoet aan de voorwaarden van artikel 12 van richtlijn 2012/34/EU.

  4. De in het eerste lid bedoelde concessieverleners en Onze Minister indien er sprake is van een recht op toegang als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, houden de informatie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU bij. Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, eerste en vierde lid, verstrekt die gegevens desgevraagd aan Onze Minister voor zover Onze Minister die nodig heeft om te kunnen voldoen aan een verzoek van de Europese Commissie.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing, bedoeld in het eerste en tweede lid.

01-07-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 30-07-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 30-07-2020.

Tekst van deze versie

  1. Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, eerste en vierde lid, kan aan spoorwegondernemingen een heffing opleggen voor de exploitatie van een passagiersvervoerdienst op onder zijn concessiebevoegdheid vallende trajecten tussen twee stations in Nederland.

  2. Indien een spoorwegonderneming recht heeft op toegang als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, kan Onze Minister aan deze spoorwegonderneming een heffing opleggen voor de exploitatie van een passagiersvervoersdienst op de relevante trajecten tussen twee stations in Nederland.

  3. De heffing, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoet aan de voorwaarden van artikel 12 van richtlijn 2012/34/EU.

  4. De in het eerste lid bedoelde concessieverleners en Onze Minister indien er sprake is van een recht op toegang als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, houden de informatie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU bij. Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, eerste en vierde lid, verstrekt die gegevens desgevraagd aan Onze Minister voor zover Onze Minister die nodig heeft om te kunnen voldoen aan een verzoek van de Europese Commissie.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet personenvervoer 2000