Wet personenvervoer 2000

Inhoud

Artikel 5

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
  1. De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoerder zijn:

    1. de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van wegvervoerder verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

    2. het ontbreken van een niet ouder dan twee jaar zijnde onherroepelijke rechterlijke uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële loon- en arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen;

    3. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling en onherroepelijke sanctie jegens de vervoerder, wegens een zeer ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving, die bij verordening 1071/2009/EG als zodanig is aangewezen;

    4. het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen en onherroepelijke sancties jegens de vervoerder wegens een bij regeling van Onze Minister, met inachtneming van het daaromtrent krachtens verordening 1071/2009/EG bepaalde, aangewezen ernstige inbreuken op de communautaire wetgeving, overschrijdt niet de daarvoor bij die regeling vastgestelde grenzen, en

    5. de één of meer door de vervoerder aangewezen vervoersmanagers zijn niet ingevolge verordening 1071/2009/EG, door een bevoegde instantie voor die verordening, ongeschikt verklaard om de leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder of zijn na een dergelijke ongeschiktverklaring gerehabiliteerd.

  2. De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoersmanager zijn:

    1. de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van vervoermanager verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

    2. het ontbreken van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarbij hij de leiding had over vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder;

    3. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling en onherroepelijke sanctie jegens hem, wegens een zeer ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving, die bij verordening 1071/2009/EG als zodanig is aangewezen;

    4. het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen en onherroepelijke sancties jegens hem, wegens bij regeling van Onze Minister, met inachtneming van het daaromtrent krachtens verordening 1071/2009/EG bepaalde, aangewezen ernstige inbreuken op de communautaire wetgeving, overschrijdt niet de daarvoor bij die regeling aangewezen grenzen, en

    5. het ontbreken van een veroordeling en sanctie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, waarbij hij de leiding had over de vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder.

  3. De griffier van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie:

    1. een afschrift van een uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en

    2. een uitspraak waarbij een in onderdeel a bedoelde uitspraak is vernietigd.

  4. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d, en het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden veroordelingen en sancties die vóór 4 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, niet in aanmerking genomen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 30-07-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 30-07-2020.

Tekst van deze versie

  1. De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoerder zijn:

    1. de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van wegvervoerder verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

    2. het ontbreken van een niet ouder dan twee jaar zijnde onherroepelijke rechterlijke uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële loon- en arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen;

    3. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling en onherroepelijke sanctie jegens de vervoerder, wegens een zeer ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving, die bij verordening 1071/2009/EG als zodanig is aangewezen;

    4. het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen en onherroepelijke sancties jegens de vervoerder wegens een bij regeling van Onze Minister, met inachtneming van het daaromtrent krachtens verordening 1071/2009/EG bepaalde, aangewezen ernstige inbreuken op de communautaire wetgeving, overschrijdt niet de daarvoor bij die regeling vastgestelde grenzen, en

    5. de één of meer door de vervoerder aangewezen vervoersmanagers zijn niet ingevolge verordening 1071/2009/EG, door een bevoegde instantie voor die verordening, ongeschikt verklaard om de leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder of zijn na een dergelijke ongeschiktverklaring gerehabiliteerd.

  2. De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoersmanager zijn:

    1. de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van vervoermanager verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

    2. het ontbreken van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarbij hij de leiding had over vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder;

    3. het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling en onherroepelijke sanctie jegens hem, wegens een zeer ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving, die bij verordening 1071/2009/EG als zodanig is aangewezen;

    4. het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen en onherroepelijke sancties jegens hem, wegens bij regeling van Onze Minister, met inachtneming van het daaromtrent krachtens verordening 1071/2009/EG bepaalde, aangewezen ernstige inbreuken op de communautaire wetgeving, overschrijdt niet de daarvoor bij die regeling aangewezen grenzen, en

    5. het ontbreken van een veroordeling en sanctie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, waarbij hij de leiding had over de vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder.

  3. De griffier van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie:

    1. een afschrift van een uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en

    2. een uitspraak waarbij een in onderdeel a bedoelde uitspraak is vernietigd.

  4. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d, en het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden veroordelingen en sancties die vóór 4 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, niet in aanmerking genomen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet personenvervoer 2000