Wet op de economische delicten

Inhoud
Titel I Van de economische delicten
Titel II Van de straffen en maatregelen
Titel III Van de opsporing
Titel IV Van voorlopige maatregelen
Titel V Van handelingen in strijd met straffen en maatregelen
Titel VI Van de afdoening buiten geding
Titel VII De berechting in eerste aanleg
Titel VIII
Titel IX Van het hoger beroep
Titel X
Titel XI Van de contactambtenaren
Titel XIa Van de samenwerking
Titel XII Overgangsbepalingen
Titel XIII Slotbepalingen

Artikel 8

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.

Maatregelen zijn:

  1. de maatregelen voorzien in Titel IIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht;

  2. onderbewindstelling van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economisch delict is begaan, in geval van misdrijf voor een tijd van ten hoogste drie jaren en in geval van overtreding voor een tijd van ten hoogste twee jaren;

  3. het opleggen van de verplichting tot verrichting van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde, voor zover de rechter niet anders bepaalt;

  4. het opleggen van de verplichting tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en ten aanzien waarvan:

    1. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt opgelegd;

    2. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, had kunnen worden opgelegd maar waarvan door de veroordeelde afstand is gedaan op de wijze, bedoeld in artikel 116, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering; of

    3. een machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is verleend, voor zover het voorwerpen betreft die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 22-11-2025 Historisch 18-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 09-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 30-03-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 30-12-2023 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 03-09-2022 Historisch 16-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-06-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-02-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-08-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 26-05-2021 Historisch 26-04-2021 Historisch 21-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 17-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 04-12-2020 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 03-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-05-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 31-01-2020 Historisch 23-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2022.

Tekst van deze versie

Maatregelen zijn:

  1. de maatregelen voorzien in Titel IIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht;

  2. onderbewindstelling van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economisch delict is begaan, in geval van misdrijf voor een tijd van ten hoogste drie jaren en in geval van overtreding voor een tijd van ten hoogste twee jaren;

  3. het opleggen van de verplichting tot verrichting van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde, voor zover de rechter niet anders bepaalt;

  4. het opleggen van de verplichting tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en ten aanzien waarvan:

    1. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt opgelegd;

    2. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, had kunnen worden opgelegd maar waarvan door de veroordeelde afstand is gedaan op de wijze, bedoeld in artikel 116, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering; of

    3. een machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is verleend, voor zover het voorwerpen betreft die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de economische delicten