Wet op de economische delicten

Inhoud
Titel I Van de economische delicten
Titel II Van de straffen en maatregelen
Titel III Van de opsporing
Titel IV Van voorlopige maatregelen
Titel V Van handelingen in strijd met straffen en maatregelen
Titel VI Van de afdoening buiten geding
Titel VII De berechting in eerste aanleg
Titel VIII
Titel IX Van het hoger beroep
Titel X
Titel XI Van de contactambtenaren
Titel XIa Van de samenwerking
Titel XII Overgangsbepalingen
Titel XIII Slotbepalingen

Artikel 17

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. Met de opsporing van economische delicten zijn belast:

    1. de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren;

    2. de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren;

    3. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.

  2. Alle met de opsporing van economische delicten belaste ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de economische delicten, genoemd in de artikelen 26, 33 en 34.

  3. Artikel 142, tweede en vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid, onder 2° en 3°, bedoelde opsporingsambtenaren.

  4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 22-11-2025 Historisch 18-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 09-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 30-03-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 30-12-2023 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 03-09-2022 Historisch 16-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-06-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-02-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-08-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 26-05-2021 Historisch 26-04-2021 Historisch 21-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 17-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 04-12-2020 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 03-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-05-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 31-01-2020 Historisch 23-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Met de opsporing van economische delicten zijn belast:

    1. de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren;

    2. de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren;

    3. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.

  2. Alle met de opsporing van economische delicten belaste ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de economische delicten, genoemd in de artikelen 26, 33 en 34.

  3. Artikel 142, tweede en vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid, onder 2° en 3°, bedoelde opsporingsambtenaren.

  4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de economische delicten