Wet op de economische delicten

Inhoud
Titel I Van de economische delicten
Titel II Van de straffen en maatregelen
Titel III Van de opsporing
Titel IV Van voorlopige maatregelen
Titel V Van handelingen in strijd met straffen en maatregelen
Titel VI Van de afdoening buiten geding
Titel VII De berechting in eerste aanleg
Titel VIII
Titel IX Van het hoger beroep
Titel X
Titel XI Van de contactambtenaren
Titel XIa Van de samenwerking
Titel XII Overgangsbepalingen
Titel XIII Slotbepalingen

Artikel 23 (Onderzoek vervoersmiddelen)

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
  1. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  2. Zij zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen waarmee naar hun redelijk oordeel zaken worden vervoerd op hun lading te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  3. Zij zijn bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  4. Zij zijn bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hen aangewezen plaats overbrengt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  5. De kosten van overbrenging komen ten laste van de betrokkene, indien een strafbaar feit wordt vastgesteld.

  6. De in dit artikel genoemde bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend jegens personen, die zaken vervoeren.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 22-11-2025 Historisch 18-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 09-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 30-03-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 30-12-2023 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 01-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 03-09-2022 Historisch 16-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-06-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-02-2022 Historisch 28-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-08-2021 Historisch 23-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 26-05-2021 Historisch 26-04-2021 Historisch 21-04-2021 Historisch 01-03-2021 Historisch 17-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 04-12-2020 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 03-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 21-05-2020 Historisch 19-03-2020 Historisch 31-01-2020 Historisch 23-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2025.

Tekst van deze versie

  1. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  2. Zij zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen waarmee naar hun redelijk oordeel zaken worden vervoerd op hun lading te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  3. Zij zijn bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  4. Zij zijn bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hen aangewezen plaats overbrengt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  5. De kosten van overbrenging komen ten laste van de betrokkene, indien een strafbaar feit wordt vastgesteld.

  6. De in dit artikel genoemde bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend jegens personen, die zaken vervoeren.

1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 25-06-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de economische delicten