Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Inhoud

Artikel 30 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 22-02-2021.

Officiële wettekst historische versie

  1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

    1. hij die in strijd handelt met een verbod als bedoeld in artikel 12;

    2. hij die in strijd handelt met een beperking, bevel of verbod als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid;

    3. hij die in strijd handelt met een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 17, eerste lid;

    4. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in artikel 13;

    5. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in het eerste lid van artikel 11, of een voorwaarde als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, niet nakomt.

  2. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk in strijd handelt met een bevel of verbod als bedoeld in artikel 9.

  3. De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen, die in het tweede lid strafbaar gesteld, als misdrijven.

Historische versies

22-02-2021 Historisch 22-01-2021 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-05-2004 Historisch 17-02-1999 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 17-02-1999.

Tekst van deze versie

  1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

    1. hij die in strijd handelt met een verbod als bedoeld in artikel 12;

    2. hij die in strijd handelt met een beperking, bevel of verbod als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid;

    3. hij die in strijd handelt met een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 17, eerste lid;

    4. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in artikel 13;

    5. hij die in strijd handelt met een bepaling of een verbod als bedoeld in het eerste lid van artikel 11, of een voorwaarde als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, niet nakomt.

  2. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk in strijd handelt met een bevel of verbod als bedoeld in artikel 9.

  3. De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen, die in het tweede lid strafbaar gesteld, als misdrijven.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag