Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Inhoud

Artikel 23 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 22-02-2021.

Officiële wettekst historische versie

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

In het bestuur van de goederen van de geïnterneerde en het waarnemen van diens belangen wordt zonodig voorzien op de wijze voorgeschreven in afdeling 1 van titel 18 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Te dien einde wordt aan de officier van justitie in het arrondissement van de woonplaats van de geïnterneerde onverwijld kennis gegeven van de internering. Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Historische versies

22-02-2021 Historisch 22-01-2021 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-05-2004 Historisch 17-02-1999 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2013.

Tekst van deze versie

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

In het bestuur van de goederen van de geïnterneerde en het waarnemen van diens belangen wordt zonodig voorzien op de wijze voorgeschreven in afdeling 1 van titel 18 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Te dien einde wordt aan de officier van justitie in het arrondissement van de woonplaats van de geïnterneerde onverwijld kennis gegeven van de internering. Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag