Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Inhoud

Artikel 21 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 22-02-2021.

Officiële wettekst historische versie

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

  1. De rechtbank is bevoegd ambtshalve te beslissen over de rechtmatigheid van een internering.

  2. Daartoe hoort zij de geïnterneerde en stelt zij Onze Minister van Veiligheid en Justitie in de gelegenheid de redenen van de internering nader toe te lichten.

  3. Artikel 19, derde tot en met twaalfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Historische versies

22-02-2021 Historisch 22-01-2021 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-05-2004 Historisch 17-02-1999 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2013.

Tekst van deze versie

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

  1. De rechtbank is bevoegd ambtshalve te beslissen over de rechtmatigheid van een internering.

  2. Daartoe hoort zij de geïnterneerde en stelt zij Onze Minister van Veiligheid en Justitie in de gelegenheid de redenen van de internering nader toe te lichten.

  3. Artikel 19, derde tot en met twaalfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag