-
Tegen een beslissing van de rechtbank genomen op grond van artikel 19, elfde lid, of artikel 21, eerste lid, kan binnen twee maanden na verzending van de beschikking beroep in cassatie worden ingesteld door de geïnterneerde en Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De artikelen 426a tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn op de behandeling van dit beroep van toepassing.
-
Tegen een afwijzende beslissing ingevolge artikel 19, derde lid, staat beroep in cassatie slechts open gelijktijdig met dat tegen een in het eerste lid bedoelde beslissing.
Inhoud
Artikel 22 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag – Wettekst
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2013.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
22-02-2021
Historisch
22-01-2021
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-05-2004
Historisch
17-02-1999
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 17-02-1999
Tekst van deze versie
Dit onderdeelartikel is nog niet inwerkingin getredenwerking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
- Tegen een beslissing van de rechtbank genomen op grond van artikel 19, elfde lid, of artikel 21, eerste lid, kan binnen twee maanden na verzending van de beschikking beroep in cassatie worden ingesteld door de geïnterneerde en Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De artikelen 426a tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn op de behandeling van dit beroep van toepassing.
- Tegen een afwijzende beslissing ingevolge artikel 19, derde lid, staat beroep in cassatie slechts open gelijktijdig met dat tegen een in het eerste lid bedoelde beslissing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.