Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Inhoud

Artikel 14 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-05-2004.

Officiële wettekst historische versie

  1. De autoriteiten die daartoe door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister van Justitie zijn aangewezen, zijn bevoegd elk aan de post of aan andere instellingen van vervoer of aan een inrichting van telecommunicatie toevertrouwd stuk of bericht in beslag te nemen, af te luisteren of op te nemen, te onderzoeken, achter te houden, geheel of gedeeltelijk te vernietigen, te wijzigen, onleesbaar te maken of te verhinderen dat het zijn bestemming bereikt.

  2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met Onze Minister van Justitie nadere regels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.

Historische versies

22-02-2021 Historisch 22-01-2021 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-05-2004 Historisch 17-02-1999 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 17-02-1999.

Tekst van deze versie

  1. De autoriteiten die daartoe door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister van Justitie zijn aangewezen, zijn bevoegd elk aan de post of aan andere instellingen van vervoer of aan een inrichting van telecommunicatie toevertrouwd stuk of bericht in beslag te nemen, af te luisteren of op te nemen, te onderzoeken, achter te houden, geheel of gedeeltelijk te vernietigen, te wijzigen, onleesbaar te maken of te verhinderen dat het zijn bestemming bereikt.

  2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met Onze Minister van Justitie nadere regels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag