Vreemdelingenwet 2000 Actueel

Inhoud

Afdeling 3

Asiel

Artikel 79

  1. Deze afdeling is slechts van toepassing indien beroep wordt ingesteld tegen:

    1. een besluit omtrent een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28;

    2. een besluit omtrent een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28;

    3. een besluit omtrent de intrekking van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling op wiens document, bedoeld in artikel 9, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, is geplaatst dan wel omtrent het wijzigen of schrappen van die aantekening;

    4. een besluit omtrent tijdelijke bescherming of toepassing van artikel 45, vierde lid, indien de vreemdeling in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze over het voornemen van dat besluit te geven;

    5. een besluit om niet ambtshalve een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen dan wel een besluit om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64 achterwege te laten dat tegelijkertijd met een besluit omtrent een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 is genomen, mits de vreemdeling bij de voorbereiding van laatstgenoemd besluit in de gelegenheid is gesteld omstandigheden aan te voeren die daarvoor relevant kunnen zijn.

  2. Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 43 en 45, vierde lid.

  3. Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien in de voornemenprocedure, bedoeld in artikel 41, de vreemdeling tevens in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven over het voornemen niet ambtshalve een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen dan wel over het voornemen om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64 achterwege te laten.

Artikel 80

In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld tegen:

  1. het besluit tot afsluiting, dat is genomen met toepassing van artikel 32, zesde lid; of

  2. het besluit tot buitenbehandelingstelling, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 81

In afwijking van de artikelen 8:41, eerste lid, en 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de griffier geen griffierecht geheven.

Artikel 82

  1. Onverminderd artikel 68, eerste en tweede lid, van de Procedureverordening, wordt de werking van het besluit omtrent een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:

    1. artikel 68, derde lid, van de Procedureverordening van toepassing is;

    2. artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is;

    3. het een besluit als bedoeld in artikel 43 of 45, vierde lid, betreft.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het recht om al dan niet in afwachting van de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland te mogen verblijven.

Artikel 83

  1. De rechtbank houdt bij de beoordeling van het beroep rekening met:

    1. feiten en omstandigheden die na het bestreden besluit zijn aangevoerd, en

    2. wijzigingen van beleid die na het bestreden besluit zijn bekendgemaakt.

  2. Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt slechts rekening gehouden indien deze relevant kunnen zijn voor:

    1. de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28;

    2. de beschikking omtrent de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28;

    3. een besluit omtrent de intrekking van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling op wiens document, bedoeld in artikel 9, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, is geplaatst dan wel omtrent het wijzigen of schrappen van die aantekening;

    4. de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting of overdracht op grond van artikel 64.

  3. Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt geen rekening gehouden voor zover de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

  4. Indien de indiener van het beroepschrift zich beroept op feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maar deze niet aanstonds aannemelijk maakt, stelt de rechtbank hem zo nodig in de gelegenheid deze feiten of omstandigheden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alsnog aannemelijk te maken, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

  5. Onze Minister laat de wederpartij en de rechtbank zo spoedig mogelijk schriftelijk weten of de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit. De rechtbank kan daarvoor een termijn stellen.

  6. Indien Onze Minister zich beroept op gegevens als bedoeld in het eerste lid, biedt de rechtbank de vreemdeling de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren.

  7. Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing indien:

    1. aan een schriftelijke reactie redelijkerwijs geen behoefte bestaat;

    2. deze gegevens niet relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, een beschikking omtrent de intrekking van de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen van een vreemdeling op wiens document, bedoeld in artikel 9, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, is geplaatst, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting of overdracht op grond van artikel 64;

    3. de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

Artikel 83.0a

Indien beroep is ingesteld tegen een besluit dat een gelijke strekking heeft als een besluit dat eerder ten aanzien van de indiener van het beroepschrift is genomen, zal dit besluit, ook bij het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden of een relevante wijziging van het recht, worden beoordeeld als ware het een eerste afwijzing indien hier wegens bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden, de noodzaak toe bestaat.

Artikel 83a

Overeenkomstig artikel 67, derde lid, van de Procedureverordening omvat de toetsing van de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek naar zowel de feitelijke als de juridische gronden, met inbegrip van, indien van toepassing, een onderzoek naar de behoefte aan internationale bescherming.

Artikel 83b

  1. De rechtbank doet binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak, indien:

    1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:

      1. niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;

      2. niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;

      3. is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;

      4. buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c; of

    2. het beroep zich richt tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 62b.

  2. In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen twaalf weken, dan wel zestien weken indien artikel 67, elfde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, gerekend vanaf de datum van registratie van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien de aanvraag is behandeld in de asielgrensprocedure. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  3. In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen drieëntwintig weken na het instellen van het beroep, indien:

    1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;

    2. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of

    3. de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.

  4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en derde lid, is artikel 8:52, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 83ba

  1. In afwijking van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht doet de voorzieningenrechter overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening uitspraak binnen een maand na ontvangst van het verzoek om voorlopige voorziening dat strekt tot opschorting van de uitvoering van een overdrachtsbesluit als bedoeld in de artikelen 44a of 62b.

  2. Indien de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening heeft toegewezen, tracht de rechtbank, in afwijking van artikel 83b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, en onderdeel b, overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening binnen een maand uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Artikel 83bb

De opname van het persoonlijk onderhoud of een schriftelijke weergave daarvan, bedoeld in artikel 14 van de Procedureverordening, wordt als bewijs toegelaten in de beroepsprocedure bij de rechtbank.

Artikel 83bc

Indien de rechtbank toepassing geeft aan artikel 8:72, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht, stelt de rechtbank de termijn vast op:

  1. ten hoogste zes weken, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Procedureverordening;

  2. ten hoogste tien weken, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, derde lid, van de Procedureverordening; of

  3. ten hoogste vijf maanden, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de Procedureverordening.

← terug naar Vreemdelingenwet 2000