Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 32

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29, in overeenkomstig de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 14 van de Kwalificatieverordening.

  2. Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29a, in overeenkomstig de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 19 van de Kwalificatieverordening.

  3. Bij toepassing van het eerste, tweede of zesde lid, trekt Onze Minister gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in die is verleend aan het gezinslid van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning asiel met toepassing van het eerste of tweede lid is ingetrokken of ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan het zesde lid.

  4. Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29b, voorts intrekken in de gevallen bedoeld in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.

  5. Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29c en 29d voorts intrekken, indien:

    1. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid;

    2. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;

    3. de gronden voor verlening, bedoeld in de artikelen 29c of 29d, zijn komen te vervallen;

    4. het gezinslid niet of niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt met de vreemdeling die internationale bescherming geniet en die houder is van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a.

  6. Bij de afsluiting, bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de Procedureverordening, vermeldt Onze Minister dat in het dossier van de vreemdeling en vermeldt hij daarbij de rechtsgrond voor die afsluiting.

  7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over dit artikel.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2014

Tekst van deze versie

  1. DeOnze Minister trekt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd alsasiel, bedoeld in artikel 2829, kanin worden ingetrokken dan welovereenkomstig de aanvraagartikelen voor65 verlengingen 66 van de geldigheidsduurProcedureverordening ervanop kangrond wordenvan afgewezenartikel indien:14 van de Kwalificatieverordening.
  2. Onze Minister trekt de vreemdelingverblijfsvergunning onjuisteasiel, gegevensbedoeld heeftin verstrektartikel dan29a, welin gegevensovereenkomstig heeftde achtergehoudenartikelen terwijl65 dieen gegevens tot afwijzing66 van de oorspronkelijkeProcedureverordening aanvraagop totgrond hetvan verlenenartikel of19 verlengenvan zoudende hebben geleid;Kwalificatieverordening.
  3. Bij toepassing van het eerste, tweede of zesde lid, trekt Onze Minister gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in die is verleend aan het gezinslid van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning asiel met toepassing van het eerste of tweede lid is ingetrokken of ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan het zesde lid.
  4. Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29b, voorts intrekken in de gevallen bedoeld in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.
  5. Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29c en 29d voorts intrekken, indien:

    1. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid;
    2. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;

    3. de grondgronden voor verlening, bedoeld in artikelde 29,artikelen is29c of 29d, zijn komen te vervallen;
    4. het gezinslid niet of niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt met de vreemdeling zijndie hoofdverblijfinternationale buitenbescherming Nederlandgeniet heeften gevestigd;die houder is van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a.
  6. hetBij eende vergunning betreft die is verleend aan een gezinslid alsafsluiting, bedoeld in artikel 29,66, tweedezesde lid, en dat gezinslid niet of niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt metvan de vreemdeling,Procedureverordening, bedoeldvermeldt Onze Minister dat in het artikeldossier 29,van eerstede lid.vreemdeling en vermeldt hij daarbij de rechtsgrond voor die afsluiting.
  7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld metover betrekkingdit tot het eerste lid. Daarbij wordt bepaald in welke gevallen een verblijfsvergunning als bedoeld in het eerste lid die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, wordt ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van zodanige verblijfsvergunning wordt afgewezen.artikel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000