Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 31

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29, 29a of 29b, overeenkomstig artikel 39, derde lid, van de Procedureverordening afwijzen als ongegrond, indien de aanvrager op grond van de Kwalificatieverordening niet in aanmerking komt voor:

    1. de vluchtelingenstatus, bedoeld in artikel 13 van de Kwalificatieverordening;

    2. de subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in artikel 18 van de Kwalificatieverordening; of

    3. verblijf als gezinslid, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening.

  2. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29c of 29d afwijzen, indien niet wordt voldaan aan de daarin gestelde voorwaarden.

  3. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 afwijzen als ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:

    1. artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag expliciet wordt ingetrokken; of

    2. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.

  4. Een aanvraag van een gezinslid als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29c of 29d, kan worden afgewezen, indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft of het desbetreffende gezinslid bijzondere banden heeft.

  5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2017

Tekst van deze versie

  1. EenOnze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijdasiel als bedoeld in artikel 2829, wordt29a afgewezenof als29b, ongegrond in de zin vanovereenkomstig artikel 32,39, eerstederde lid, van de Procedurerichtlijn,Procedureverordening afwijzen als ongegrond, indien de vreemdelingaanvrager op grond van de Kwalificatieverordening niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verbandaanmerking metkomt andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.voor:

    1. Dede vreemdelingvluchtelingenstatus, brengtbedoeld allein elementenartikel ter staving13 van zijn aanvraag zo spoedig mogelijk naar voren. Onze Minister beoordeelt in samenwerking met de vreemdeling de relevante elementen.Kwalificatieverordening;
    2. Dede elementen,subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in hetartikel tweede lid, omvatten de verklaringen18 van de vreemdelingKwalificatieverordening; en alle relevante documentatie in het bezit van de vreemdeling.of
    3. Bijverblijf deals beoordelinggezinslid, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de aanvraag wordt onder meer rekening gehouden met:Kwalificatieverordening.
  2. alleOnze relevanteMinister feitenkan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in verbandartikel met29c hetof land29d vanafwijzen, herkomstindien opniet hetwordt tijdstipvoldaan waarop een beslissing inzakeaan de aanvraagdaarin wordtgestelde genomen, met inbegrip van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst en de wijze waarop deze worden toegepast;voorwaarden.
  3. deOnze doorMinister dekan vreemdelingeen afgelegdeaanvraag verklaringtot enhet overgelegde documenten, samen met informatie over de vraag of de vreemdeling aan vervolging in de zinverlenen van heteen Vluchtelingenverdragverblijfsvergunning of ernstige schadeasiel als bedoeld in artikel 29,28 eersteafwijzen lid,als onderongegrond, b,indien blootgesteldreeds is danvastgesteld weldat blootgesteldde zouvreemdeling kunnenniet worden;in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:

    1. deartikel individuele40, situatievierde en persoonlijke omstandighedenlid, van de vreemdeling, waartoe factoren behoren als achtergrond, geslacht en leeftijd, teneinde te beoordelen of op basis van de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, de daden waaraan hij blootgesteld is of blootgesteld zou kunnen worden, met vervolgingProcedureverordening in de zinfase vanwaarin hetde Vluchtelingenverdragaanvraag expliciet wordt ingetrokken; of ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, overeenkomen;
    2. deartikel vraag41, ofeerste zijnen activiteiten,vijfde sinds hij zijn landlid, van herkomstde ofProcedureverordening eenop landhet vanogenblik eerder verblijf heeft verlaten, uitsluitend ten doel haddenwaarop de nodigeaanvraag voorwaardenimpliciet tewordt scheppen om een verzoek om internationale bescherming te kunnen indienen, teneinde na te gaan of de vreemdeling, in geval van terugkeer naar dat land, door die activiteiten aan vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, zou worden blootgesteld;ingetrokken.
  4. Een aanvraag van een gezinslid als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de vraagartikelen 29c of in redelijkheid29d, kan worden verwachtafgewezen, datindien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling zich onderdie de beschermingvluchtelingenstatus kanof stellende vansubsidiairebeschermingsstatus eenheeft anderof landhet waardesbetreffende hijgezinslid zichbijzondere opbanden zijn nationaliteit kan beroepen.heeft.
  5. HetBij feitof datkrachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging in de zintoepassing van hetdit Vluchtelingenverdrag of ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, of dat hij hiermee rechtstreeks is bedreigd, is een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de vreemdeling voor die vervolging gegrond is en het risico op die ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of die ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.artikel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000