-
Onze Minister is bevoegd:
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in te willigen, af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen;
een verblijfsvergunning asiel in te trekken;
ambtshalve een verblijfsvergunning asiel te verlenen aan:
- 1°
het gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft, die voldoet aan de in artikel 29c gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf;
- 2°
het gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft, die voldoet aan de in artikel 29d gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf; of
- 3°
de langdurig ingezetene, afkomstig uit een andere EU-lidstaat en in het bezit van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, indien de verantwoordelijkheid voor de afgifte van het reisdocument bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Paspoortwet, aan de vreemdeling, is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen van 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).
- 1°
-
De verblijfsvergunning die ambtshalve wordt verleend in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, wordt verleend binnen twee weken nadat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf zich overeenkomstig artikel 54, eerste lid, onderdeel e, heeft aangemeld.
Inhoud
Artikel 28
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
12-06-2026
Huidig
28-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
09-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-04-2025
Historisch
28-03-2025
Historisch
25-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
29-11-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
20-02-2021
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-05-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
20-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-11-2014
Historisch
01-04-2014
Historisch
29-03-2014
Historisch
22-03-2014
Historisch
01-03-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
21-09-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-06-2013
Historisch
09-03-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
07-07-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
31-12-2011
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-05-2008
Historisch
25-04-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
19-12-2007
Historisch
01-09-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-12-2006
Historisch
11-10-2006
Historisch
15-03-2006
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-03-2005
Historisch
15-02-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
15-09-2004
Historisch
01-09-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
23-12-2003
Historisch
01-09-2003
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 20-07-2015
Tekst van deze versie
-
Onze Minister is bevoegd:
- de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijdasiel in te willigen, af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen;
- deeen aanvraagverblijfsvergunning tot het verlengen van de geldigheidsduur ervanasiel in te willigen, af te wijzen dan wel niet in behandeling te nemen;trekken;
ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd inasiel te trekken;verlenen aan:
- ambtshalve1°het gezinslid van een verblijfsvergunningvreemdeling voordie bepaaldede tijdvluchtelingenstatus teheeft, verlenendie voldoet aan de in artikel 29c gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die voldoet aan de in artikel 29, tweede lid, gestelde voorwaarden;verblijf;
- ambtshalve2°het gezinslid van een verblijfsvergunningvreemdeling voordie bepaaldede tijdsubsidiairebeschermingsstatus teheeft, verlenendie voldoet aan de langdurigin ingezetene,artikel afkomstig29d uitgestelde een andere EU-lidstaatvoorwaarden en indie hethouder bezitis van een verblijfsvergunninggeldige als bedoeld in artikel 14, indien de verantwoordelijkheid voor de afgifte van het reisdocument bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Paspoortwet, aan de vreemdeling, is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekkingmachtiging tot vluchtelingenvoorlopig vanverblijf; 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).of
- De3°de langdurig ingezetene, afkomstig uit een andere EU-lidstaat en in het bezit van een verblijfsvergunning voorals bepaaldebedoeld tijdin wordtartikel verleend14, indien de verantwoordelijkheid voor tende hoogste vijf achtereenvolgende jaren. Bij algemene maatregelafgifte van bestuurhet kunnenreisdocument debedoeld gevallenin wordenartikel aangewezen2, waarineerste delid, verblijfsvergunningonder voor minder dan vijf achtereenvolgende jaren wordt verleend. Daarbij kunnen regels worden gesteld over de geldigheidsduurd, van de verblijfsvergunningPaspoortwet, en overaan de verlengingvreemdeling, ervan.is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen van 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).
- De verblijfsvergunning die ambtshalve wordt verleend in de situatiesituatie, bedoeld in het eerste lid, onderonderdeel d,c, subonderdelen 1° en 2°, wordt verleend binnen twee weken nadat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf zich overeenkomstig artikel 54, eerste lid, onderonderdeel e, heeft aangemeld.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.