In afwijking van artikel 9, tweede lid, verschaft Onze Minister aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, onder e, sub 1°, 3° en 5°, op aanvraag een bewijs van rechtmatig verblijf voordat de vreemdeling het duurzame verblijfsrecht heeft verkregen, indien de vreemdeling de nationaliteit heeft van een lidstaat ten aanzien waarvan Nederland de toepassing van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PbEG L 257) heeft opgeschort.
Inhoud
Artikel 9a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2007.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2007.
12-06-2026
Huidig
28-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
09-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-04-2025
Historisch
28-03-2025
Historisch
25-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
29-11-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
20-02-2021
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-05-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
20-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-11-2014
Historisch
01-04-2014
Historisch
29-03-2014
Historisch
22-03-2014
Historisch
01-03-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
21-09-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-06-2013
Historisch
09-03-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
07-07-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
31-12-2011
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-05-2008
Historisch
25-04-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
19-12-2007
Historisch
01-09-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-12-2006
Historisch
11-10-2006
Historisch
Tekst van deze versie
In afwijking van artikel 9, tweede lid, verschaft Onze Minister aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, onder e, sub 1°, 3° en 5°, op aanvraag een bewijs van rechtmatig verblijf voordat de vreemdeling het duurzame verblijfsrecht heeft verkregen, indien de vreemdeling de nationaliteit heeft van een lidstaat ten aanzien waarvan Nederland de toepassing van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PbEG L 257) heeft opgeschort.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.