Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 96

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-09-2003.
  1. Indien de rechtbank het beroep als bedoeld in artikel 94, ongegrond heeft verklaard en de vrijheidsontneming voortduurt, stelt Onze Minister uiterlijk vier weken nadat de uitspraak, bedoeld in artikel 94, is gedaan, de rechtbank in kennis van het voortduren van de vrijheidsontneming, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel.

  2. De rechtbank sluit het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van het beroepschrift dan wel de kennisgeving. In afwijking van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

  3. De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.

  4. Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met deze wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

  5. Uiterlijk vier weken nadat de rechtbank uitspraak als bedoeld in het derde lid heeft gedaan geeft Onze Minister kennis van het voortduren van de vrijheidsontneming, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Het eerste lid, tweede volzin en het tweede tot en met vijfde lid, zijn van toepassing.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Indien de rechtbank het beroep als bedoeld in artikel 94, ongegrond heeft verklaard en de vrijheidsontneming voortduurt, stelt Onze Minister uiterlijk vier weken nadat de uitspraak, bedoeld in artikel 94, is gedaan, de rechtbank in kennis van het voortduren van de vrijheidsontneming, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel.

  2. De rechtbank sluit het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van het beroepschrift dan wel de kennisgeving. In afwijking van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

  3. De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.

  4. Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met deze wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

  5. Uiterlijk vier weken nadat de rechtbank uitspraak als bedoeld in het derde lid heeft gedaan geeft Onze Minister kennis van het voortduren van de vrijheidsontneming, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Het eerste lid, tweede volzin en het tweede tot en met vijfde lid, zijn van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000