Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 65

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-11-2014.
  1. De vreemdeling:

    1. die Nederland is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming en die Nederland onmiddellijk dient te verlaten, of

    2. die met het oog op zijn uitzetting is aangehouden binnen zes maanden nadat hij is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming, kan worden uitgezet door plaatsing aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming.

  2. De vervoersonderneming vervoert op aanwijzing van een ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, om niet terug naar een plaats buiten Nederland en vindt daartoe zo nodig een ander middel voor de terugbrenging. Is zulks niet binnen redelijke tijd mogelijk, of, in het geval bedoeld in het eerste lid, onder b, niet binnen redelijke tijd na de aanhouding mogelijk, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland op die vervoersonderneming worden verhaald.

  3. Gezagvoerders van vaartuigen en luchtvaartuigen verlenen aan de uitzetting van de vreemdeling alle medewerking die de ambtenaar belast met de grensbewaking redelijkerwijs kan vorderen.

  4. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet tot een later tijdstip dan dat van vertrek van het vaartuig of luchtvaartuig aan boord waarvan hij is binnengekomen.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 15-09-2004.

Tekst van deze versie

  1. De vreemdeling:

    1. die Nederland is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming en die Nederland onmiddellijk dient te verlaten, of

    2. die met het oog op zijn uitzetting is aangehouden binnen zes maanden nadat hij is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming, kan worden uitgezet door plaatsing aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming.

  2. De vervoersonderneming vervoert op aanwijzing van een ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, om niet terug naar een plaats buiten Nederland en vindt daartoe zo nodig een ander middel voor de terugbrenging. Is zulks niet binnen redelijke tijd mogelijk, of, in het geval bedoeld in het eerste lid, onder b, niet binnen redelijke tijd na de aanhouding mogelijk, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland op die vervoersonderneming worden verhaald.

  3. Gezagvoerders van vaartuigen en luchtvaartuigen verlenen aan de uitzetting van de vreemdeling alle medewerking die de ambtenaar belast met de grensbewaking redelijkerwijs kan vorderen.

  4. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet tot een later tijdstip dan dat van vertrek van het vaartuig of luchtvaartuig aan boord waarvan hij is binnengekomen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000