Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 62

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 09-07-2025.
  1. Nadat tegen de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten.

  2. Onze Minister kan de voor een vreemdeling geldende termijn, bedoeld in het eerste lid, verkorten, dan wel, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat een vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten, indien:

    1. een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken;

    2. de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning of tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning is afgewezen als kennelijk ongegrond of wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens; of

    3. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.

  3. Nadat het rechtmatig verblijf van de gemeenschapsonderdaan is geëindigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen een maand na de kennisgeving daarvan te verlaten. Onze Minister kan deze termijn verkorten in naar behoren aangetoonde dringende gevallen.

  4. Onze Minister kan de voor een vreemdeling geldende termijnen, bedoeld in het eerste en derde lid, verlengen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de duur van de verlenging en worden de gevallen aangewezen waarin de termijn kan worden verlengd.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2025.

Tekst van deze versie

  1. Nadat tegen de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten.

  2. Onze Minister kan de voor een vreemdeling geldende termijn, bedoeld in het eerste lid, verkorten, dan wel, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat een vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten, indien:

    1. een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken;

    2. de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning of tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning is afgewezen als kennelijk ongegrond of wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens; of

    3. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.

  3. Nadat het rechtmatig verblijf van de gemeenschapsonderdaan is geëindigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen een maand na de kennisgeving daarvan te verlaten. Onze Minister kan deze termijn verkorten in naar behoren aangetoonde dringende gevallen.

  4. Onze Minister kan de voor een vreemdeling geldende termijnen, bedoeld in het eerste en derde lid, verlengen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de duur van de verlenging en worden de gevallen aangewezen waarin de termijn kan worden verlengd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000