Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 50

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
  1. De ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, zijn bevoegd, hetzij op grond van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren hetzij ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding, personen staande te houden ter vaststelling van hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Degene die stelt Nederlander te zijn, maar dat niet kan aantonen, kan worden onderworpen aan de dwangmiddelen als bedoeld in het tweede en vijfde lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden de documenten aangewezen waarover een vreemdeling moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie.

  2. Indien de identiteit van de staande gehouden persoon niet onmiddellijk kan worden vastgesteld, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

  3. Indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

  4. Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de Commandant der Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd.

  5. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken.

  6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven omtrent de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2013.

Tekst van deze versie

  1. De ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, zijn bevoegd, hetzij op grond van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren hetzij ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding, personen staande te houden ter vaststelling van hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Degene die stelt Nederlander te zijn, maar dat niet kan aantonen, kan worden onderworpen aan de dwangmiddelen als bedoeld in het tweede en vijfde lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden de documenten aangewezen waarover een vreemdeling moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie.

  2. Indien de identiteit van de staande gehouden persoon niet onmiddellijk kan worden vastgesteld, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

  3. Indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

  4. Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de Commandant der Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd.

  5. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken.

  6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven omtrent de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000