Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 2n

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2026.
  1. In afwijking van artikel 4:5, eerste en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf dan wel terugkeervisum buiten behandeling laten zonder de aanvrager in de gelegenheid te hebben gesteld de aanvraag aan te vullen indien:

    1. de door de vreemdeling ingediende aanvraag niet door de vreemdeling in persoon is ingediend;

    2. voor de aanvraag in voorkomend geval geen gebruik is gemaakt van een daartoe voorgeschreven formulier dat volledig is ingevuld en ondertekend;

    3. de aanvraag niet is gesteld in de Nederlandse, Franse of Engelse taal; of

    4. de ter afdoening van de aanvraag verschuldigde leges niet zijn betaald.

  2. De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-06-2013.

Tekst van deze versie

  1. In afwijking van artikel 4:5, eerste en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf dan wel terugkeervisum buiten behandeling laten zonder de aanvrager in de gelegenheid te hebben gesteld de aanvraag aan te vullen indien:

    1. de door de vreemdeling ingediende aanvraag niet door de vreemdeling in persoon is ingediend;

    2. voor de aanvraag in voorkomend geval geen gebruik is gemaakt van een daartoe voorgeschreven formulier dat volledig is ingevuld en ondertekend;

    3. de aanvraag niet is gesteld in de Nederlandse, Franse of Engelse taal; of

    4. de ter afdoening van de aanvraag verschuldigde leges niet zijn betaald.

  2. De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000