Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 29

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2014.
  1. Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan worden verleend aan de vreemdeling:

    1. die verdragsvluchteling is; of

    2. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan:

      1. doodstraf of executie;

      2. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of

      3. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

  2. Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan voorts worden verleend aan de hierna te noemen gezinsleden, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met die vreemdeling Nederland zijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, is verleend:

    1. de echtgenoot of het minderjarige kind van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling;

    2. de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot diens gezin;

    3. de ouders van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is in de zin van artikel 2, onder f, van Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEU 2003, L 251).

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. Daarbij wordt bepaald in welke gevallen een verblijfsvergunning wordt verleend.

  4. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, kan eveneens worden verleend aan een gezinslid als bedoeld in het tweede lid, dat slechts niet uiterlijk binnen drie maanden is nagereisd nadat aan de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 is verleend, indien binnen die drie maanden door of ten behoeve van dat gezinslid een machtiging tot voorlopig verblijf is aangevraagd.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 07-07-2012

Tekst van deze versie

  1. Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan worden verleend aan de vreemdeling:

    1. die verdragsvluchteling is; of
    2. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan:

      1. doodstraf of executie;

      2. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of

      3. 3°ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict;conflict.
  2. vanEen wieverblijfsvergunning naarvoor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan voorts worden verleend aan de hierna te noemen gezinsleden, indien deze op het oordeeltijdstip van Onze Minister op grondbinnenkomst van klemmendede redenenin vanhet humanitaireeerste aardlid bedoelde vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met die verbandvreemdeling houdenNederland metzijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de redenenverblijfsvergunning vanvoor zijnbepaalde vertrektijd, uit het land van herkomst,bedoeld in redelijkheidartikel niet28, kanis worden verlangd dat hij terugkeert naar het land van herkomst;verleend:

    1. voorde wieechtgenoot terugkeer naarof het landminderjarige kind van herkomstde naarin het oordeeleerste vanlid Onzebedoelde Minister van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar, ofvreemdeling;
    2. de vreemdeling die als echtgenootpartner of echtgenote of minderjarigmeerderjarig kind feitelijkvan de in het eerste lid bedoelde vreemdeling zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot hetdiens gezin van de vreemdeling, bedoeld onder a tot en met d, die dezelfde nationaliteit heeft als die vreemdeling en gelijktijdig met deze vreemdeling Nederland is ingereisd dan wel is nagereisd binnen drie maanden, nadat aan de vreemdeling, bedoeld onder a tot en met d, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, is verleend;gezin;
    3. diede als partner of als meerderjarig kind zodanig afhankelijk isouders van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, bedoeldindien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is in de zin van artikel 2, onder af, totvan enRichtlijn met2003/86/EG d,van datde hijRaad omvan die22 redenseptember behoort2003 totinzake het gezinrecht vanop dezegezinshereniging vreemdeling,(PbEU die2003, dezelfdeL nationaliteit heeft als deze vreemdeling en gelijktijdig met deze vreemdeling Nederland is ingereisd dan wel is nagereisd binnen drie maanden, nadat aan de vreemdeling, bedoeld onder a tot en met d, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, is verleend.251).
  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onder a en b.lid. Daarbij wordt bepaald in welke gevallen een verblijfsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend aan de vreemdeling, bedoeld in onderdeel a of b.verleend.
  4. BijDe ofverblijfsvergunning krachtensvoor algemenebepaalde maatregeltijd, vanbedoeld bestuurin artikel 28, kan eveneens worden indicatorenverleend aangewezenaan dieeen gezinslid als bedoeld in iederhet gevaltweede wordenlid, betrokkendat inslechts niet uiterlijk binnen drie maanden is nagereisd nadat aan de beoordeling of er sprake is van een situatie alsvreemdeling, bedoeld in het eerste lid, ondereen d.verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 is verleend, indien binnen die drie maanden door of ten behoeve van dat gezinslid een machtiging tot voorlopig verblijf is aangevraagd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000