Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 25

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 22-03-2014.
  1. Binnen 90 dagen wordt een beschikking gegeven op de aanvraag tot:

    1. het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;

    2. het verlengen van de geldigheidsduur ervan;

    3. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;

    4. het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20;

    5. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20.

  2. De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie, nodig is.

  3. Onze Minister stelt de vreemdeling in kennis van de verlenging.

  4. Indien de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 is ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid, kan de termijn voor het geven van de beschikking in afwijking van het tweede lid voor ten hoogste drie maanden worden verlengd. Indien de langdurig ingezetene of het gezinslid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, wordt de beschikking gegeven binnen zeven maanden.

  5. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de beschikking op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van de Europese blauwe kaart bekend gemaakt binnen 90 dagen en kan die termijn niet worden verlengd.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-06-2013.

Tekst van deze versie

  1. Binnen 90 dagen wordt een beschikking gegeven op de aanvraag tot:

    1. het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;

    2. het verlengen van de geldigheidsduur ervan;

    3. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;

    4. het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20;

    5. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20.

  2. De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie, nodig is.

  3. Onze Minister stelt de vreemdeling in kennis van de verlenging.

  4. Indien de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 is ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid, kan de termijn voor het geven van de beschikking in afwijking van het tweede lid voor ten hoogste drie maanden worden verlengd. Indien de langdurig ingezetene of het gezinslid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, wordt de beschikking gegeven binnen zeven maanden.

  5. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de beschikking op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van de Europese blauwe kaart bekend gemaakt binnen 90 dagen en kan die termijn niet worden verlengd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000