Gerechtsdeurwaarderswet Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II De gerechtsdeurwaarder
Hoofdstuk III Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk IV Toezicht en tuchtrechtspraak
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Hoofdstuk VI De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk VII

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 86

  1. Wijzigt de Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten.

  2. Aanstellingen tot gerechtsdeurwaarder, benoemingen tot waarnemend gerechtsdeurwaarder alsmede goedkeuringen van een aanwijzing tot toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gedaan ingevolge het in het eerste lid bedoelde artikel, worden beschouwd als onderscheidenlijk benoemingen en goedkeuringen gedaan ingevolge deze wet.

Artikel 87

  1. Wijzigt de Wet tarieven in burgerlijke zaken.

  2. Het bij of krachtens die titel bepaalde blijft echter van toepassing met betrekking tot de vergoeding van ambtshandelingen welke voordien zijn verricht.

Artikel 88

Wijzigt de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

Artikel 89

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel 92

Onverminderd de mogelijkheid van ontslag om andere redenen worden gerechtsdeurwaarders die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn benoemd, in afwijking van artikel 52, eerste lid, zoals dat luidde op het moment waarop het in werking trad, gedurende tien jaren na inwerkingtreding van deze wet van rechtswege ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van 70 jaren hebben bereikt.

Artikel 93

  1. De vereniging genaamd Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders en gevestigd te Amsterdam wordt van rechtswege ontbonden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en wordt van rechtswege onder algemene titel opgevolgd door de KBvG. Het bestuur van de KBvG is bevoegd tot het nemen van alle maatregelen en beslissingen die uit de rechtsopvolging voortvloeien.

  2. Onze Minister wijst, na daarover het gevoelen van de Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders te hebben ingewonnen, de personen aan die na de inwerkingtreding van de wet als voorzitter of als lid zitting hebben in het bestuur van de KBvG en de ledenraad voor een termijn van ten hoogste negentig dagen. Binnen die termijn geeft de ledenraad uitvoering aan artikel 67, eerste lid, en geeft de algemene ledenvergadering uitvoering aan artikel 63, tweede lid.

Artikel 94

Onze Minister kan de verordeningen als bedoeld in de artikelen 17, vijfde lid, 57, tweede lid, en 73, voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de datum van inwerkingtreding van deze artikelen, in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen.

Artikel 95

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen en artikelen verschillend kan zijn.

Artikel 96

Deze wet wordt aangehaald als: Gerechtsdeurwaarderswet.

← terug naar Gerechtsdeurwaarderswet