Gerechtsdeurwaarderswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II De gerechtsdeurwaarder
Hoofdstuk III Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk IV Toezicht en tuchtrechtspraak
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Hoofdstuk VI De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2025.
  1. De kamer voor gerechtsdeurwaarders bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter, en tien plaatsvervangende leden, onder wie twee of meer plaatsvervangend voorzitters.

  2. Onze Minister benoemt drie leden, onder wie de voorzitter, alsmede zes plaatsvervangende leden, onder wie de plaatsvervangend voorzitters, uit voor het leven benoemde leden van de rechterlijke macht.

  3. Onze Minister benoemt, de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders gehoord, twee leden en vier plaatsvervangende leden uit de in artikel 56 genoemde leden van de KBvG, met uitzondering van degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, op aanbeveling van de KBvG. De aanbeveling omvat voor iedere benoeming ten minste drie namen.

  4. De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor vier jaren; zij zijn bij hun aftreden eenmaal herbenoembaar.

  5. Het lidmaatschap van de kamer voor gerechtsdeurwaarders is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van de KBvG.

  6. De daartoe door het bestuur van de rechtbank Amsterdam aangewezen gerechtsambtenaren, rechters in opleiding, senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de secretaris zijn opgedragen. Voor het verrichten van deze werkzaamheden kan hij zich met toestemming van de voorzitter doen vervangen door een andere door het bestuur van de rechtbank Amsterdam aangewezen gerechtsambtenaar, rechter in opleiding, senior-gerechtsauditeur of gerechtsauditeur.

  7. De reis- en verblijfskosten van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris komen ten laste van de Staat.

01-01-2025 Huidig 01-04-2024 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De kamer voor gerechtsdeurwaarders bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter, en tien plaatsvervangende leden, onder wie twee of meer plaatsvervangend voorzitters.

  2. Onze Minister benoemt drie leden, onder wie de voorzitter, alsmede zes plaatsvervangende leden, onder wie de plaatsvervangend voorzitters, uit voor het leven benoemde leden van de rechterlijke macht.

  3. Onze Minister benoemt, de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders gehoord, twee leden en vier plaatsvervangende leden uit de in artikel 56 genoemde leden van de KBvG, met uitzondering van degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, op aanbeveling van de KBvG. De aanbeveling omvat voor iedere benoeming ten minste drie namen.

  4. De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor vier jaren; zij zijn bij hun aftreden eenmaal herbenoembaar.

  5. Het lidmaatschap van de kamer voor gerechtsdeurwaarders is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van de KBvG.

  6. De daartoe door het bestuur van de rechtbank Amsterdam aangewezen gerechtsambtenaren, rechters in opleiding, senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de secretaris zijn opgedragen. Voor het verrichten van deze werkzaamheden kan hij zich met toestemming van de voorzitter doen vervangen door een andere door het bestuur van de rechtbank Amsterdam aangewezen gerechtsambtenaar, rechter in opleiding, senior-gerechtsauditeur of gerechtsauditeur.

  7. De reis- en verblijfskosten van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris komen ten laste van de Staat.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gerechtsdeurwaarderswet