Gerechtsdeurwaarderswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II De gerechtsdeurwaarder
Hoofdstuk III Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk IV Toezicht en tuchtrechtspraak
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Hoofdstuk VI De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2025.
  1. Een erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 25, eerste lid, wordt alleen verleend indien het opleidingsplan van een instelling aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoet. Deze eisen kunnen betrekking hebben op:

    1. de duur en de inrichting van de opleiding, waaronder de opleidingsstage;

    2. de toelating tot de opleiding;

    3. de organisatie en exploitatie van de opleiding;

    4. de examens en de rechtsbescherming van de cursisten; en

    5. het in rekening brengen van een financiële bijdrage aan degene die de opleiding volgt.

  2. De erkenning kan worden ingetrokken indien:

    1. de erkenning is verleend op grond van onjuiste gegevens;

    2. de opleider geen of onvoldoende uitvoering geeft aan het opleidingsplan; of

    3. de opleider niet voldoet aan de bij of krachtens wet gestelde regels.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning en de besluitvorming daarover. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een commissie worden ingesteld die belast is met de behandeling van beroepschriften van cursisten en stagiairs en met advisering over de opleiding.

01-01-2025 Huidig 01-04-2024 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Een erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 25, eerste lid, wordt alleen verleend indien het opleidingsplan van een instelling aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoet. Deze eisen kunnen betrekking hebben op:

    1. de duur en de inrichting van de opleiding, waaronder de opleidingsstage;

    2. de toelating tot de opleiding;

    3. de organisatie en exploitatie van de opleiding;

    4. de examens en de rechtsbescherming van de cursisten; en

    5. het in rekening brengen van een financiële bijdrage aan degene die de opleiding volgt.

  2. De erkenning kan worden ingetrokken indien:

    1. de erkenning is verleend op grond van onjuiste gegevens;

    2. de opleider geen of onvoldoende uitvoering geeft aan het opleidingsplan; of

    3. de opleider niet voldoet aan de bij of krachtens wet gestelde regels.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning en de besluitvorming daarover. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een commissie worden ingesteld die belast is met de behandeling van beroepschriften van cursisten en stagiairs en met advisering over de opleiding.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gerechtsdeurwaarderswet