Gerechtsdeurwaarderswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II De gerechtsdeurwaarder
Hoofdstuk III Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk IV Toezicht en tuchtrechtspraak
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Hoofdstuk VI De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 34

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2025.
  1. De gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet en de Wet kwaliteit incassodienstverlening gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

  2. De tuchtrechtspraak wordt in eerste aanleg uitgeoefend door een kamer voor gerechtsdeurwaarders. De kamer voor gerechtsdeurwaarders is gevestigd te Amsterdam. Zij kan ook buiten de vestigingsplaats zitting houden.

  3. De tuchtrechtspraak wordt in hoger beroep uitgeoefend door het gerechtshof Amsterdam. Tegen beslissingen van het gerechtshof is geen hogere voorziening toegelaten, behoudens cassatie in het belang der wet.

  4. Een lid dan wel plaatsvervangend lid van de kamer voor gerechtsdeurwaarders die gerechtsdeurwaarder is, wordt ingeval tegen hem een klacht is ingediend onderscheidenlijk een verzoek is gedaan als bedoeld in artikel 37, tweede lid, vervangen door een door de president van het gerechtshof Amsterdam aan te wijzen ander lid dan wel plaatsvervangend lid, door Onze Minister benoemd op grond van artikel 35, derde lid.

  5. Degene die op grond van artikel 51 is geschorst of op grond van artikel 52 is ontslagen, dan wel degene van wie de toevoeging is beëindigd, blijft aan de tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten als bedoeld in het eerste lid, gedurende de tijd dat hij werkzaam was als gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder of toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding.

  6. De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kan, indien hij zulks in het belang van het onderzoek wenselijk acht, het Bureau opdragen een onderzoek in te stellen en hem van zijn bevindingen verslag uit te brengen.

01-01-2025 Huidig 01-04-2024 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2024.

Tekst van deze versie

  1. De gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet en de Wet kwaliteit incassodienstverlening gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

  2. De tuchtrechtspraak wordt in eerste aanleg uitgeoefend door een kamer voor gerechtsdeurwaarders. De kamer voor gerechtsdeurwaarders is gevestigd te Amsterdam. Zij kan ook buiten de vestigingsplaats zitting houden.

  3. De tuchtrechtspraak wordt in hoger beroep uitgeoefend door het gerechtshof Amsterdam. Tegen beslissingen van het gerechtshof is geen hogere voorziening toegelaten, behoudens cassatie in het belang der wet.

  4. Een lid dan wel plaatsvervangend lid van de kamer voor gerechtsdeurwaarders die gerechtsdeurwaarder is, wordt ingeval tegen hem een klacht is ingediend onderscheidenlijk een verzoek is gedaan als bedoeld in artikel 37, tweede lid, vervangen door een door de president van het gerechtshof Amsterdam aan te wijzen ander lid dan wel plaatsvervangend lid, door Onze Minister benoemd op grond van artikel 35, derde lid.

  5. Degene die op grond van artikel 51 is geschorst of op grond van artikel 52 is ontslagen, dan wel degene van wie de toevoeging is beëindigd, blijft aan de tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten als bedoeld in het eerste lid, gedurende de tijd dat hij werkzaam was als gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder of toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding.

  6. De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kan, indien hij zulks in het belang van het onderzoek wenselijk acht, het Bureau opdragen een onderzoek in te stellen en hem van zijn bevindingen verslag uit te brengen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gerechtsdeurwaarderswet