Onze Minister kan de verordeningen als bedoeld in de artikelen 17, vijfde lid, 57, tweede lid, en 73, voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de datum van inwerkingtreding van deze artikelen, in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II De gerechtsdeurwaarder
Paragraaf 1 Ambt en bevoegdheid
Paragraaf 2 Benoeming en beëdiging
Paragraaf 3 Verplichtingen
Paragraaf 4 Administratie en boekhouding
Paragraaf 5 Nevenwerkzaamheden
Paragraaf 6 De declaratie
Hoofdstuk III Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
Paragraaf 1 De waarnemend gerechtsdeurwaarder
Paragraaf 2 De kandidaat-gerechtsdeurwaarder en de toegevoegd gerechtsdeurwaarder
Hoofdstuk IV Toezicht en tuchtrechtspraak
Paragraaf 1 Toezicht
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Hoofdstuk VI De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
Paragraaf 1 De organisatie van de KBvG
Paragraaf 2 Het bestuur van de KBvG
Paragraaf 3 De ledenraad
Paragraaf 4 De algemene ledenvergadering
Paragraaf 5 De geldmiddelen van de KBvG
Paragraaf 6 De verordeningen en andere besluiten van de KBvG
Paragraaf 7 Overige bepalingen
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 94
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.