Gerechtsdeurwaarderswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II De gerechtsdeurwaarder
Hoofdstuk III Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk IV Toezicht en tuchtrechtspraak
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Hoofdstuk VI De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 1

HISTORISCH

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;

  2. gerechtsdeurwaardersregister: het register, bedoeld in artikel 1a;

  3. ambtshandelingen: de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;

  4. gerechtsdeurwaarder: de ambtenaar, benoemd krachtens artikel 4, eerste lid;

  5. waarnemend gerechtsdeurwaarder: de waarnemend gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 23;

  6. kandidaat-gerechtsdeurwaarder: de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 25;

  7. toegevoegd gerechtsdeurwaarder: de toegevoegd gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 27;

  8. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt;

  9. kamer voor gerechtsdeurwaarders: het college, bedoeld in artikel 34;

  10. deeltijd: de werktijd die korter is dan een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat;

  11. de KBvG: de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 56.

01-01-2025 Huidig 01-04-2024 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-03-2020.

Tekst van deze versie

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;

  2. gerechtsdeurwaardersregister: het register, bedoeld in artikel 1a;

  3. ambtshandelingen: de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;

  4. gerechtsdeurwaarder: de ambtenaar, benoemd krachtens artikel 4, eerste lid;

  5. waarnemend gerechtsdeurwaarder: de waarnemend gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 23;

  6. kandidaat-gerechtsdeurwaarder: de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 25;

  7. toegevoegd gerechtsdeurwaarder: de toegevoegd gerechtsdeurwaarder, bedoeld in artikel 27;

  8. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt;

  9. kamer voor gerechtsdeurwaarders: het college, bedoeld in artikel 34;

  10. deeltijd: de werktijd die korter is dan een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat;

  11. de KBvG: de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 56.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gerechtsdeurwaarderswet