Gemeentewet Actueel

Inhoud
Titel I Begripsbepalingen
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Titel VI
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet

Titel VII

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 290

  1. De intrekking van de gemeentewet heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet geldende besluiten.

  2. Besluiten als bedoeld in het eerste lid die algemeen verbindende voorschriften bevatten waarvan de inhoud in strijd is met deze wet, worden binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet daarmee in overeenstemming gebracht of ingetrokken. De besluiten, of onderdelen daarvan, die bij het verstrijken van de in de vorige volzin genoemde termijn niet met deze wet in overeenstemming zijn gebracht of zijn ingetrokken, zijn van rechtswege vervallen.

  3. Besluiten van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 100, eerste lid van de gemeentewet vervallen van rechtswege op de dag waarop deze wet in werking treedt.

  4. Niettemin blijven gedeputeerde staten na de inwerkingtreding van deze wet bevoegd de jaarwedde van wethouders over de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet vast te stellen overeenkomstig artikel 100, eerste lid, van de gemeentewet.

  5. Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op jaarwedden van gemeentesecretarissen, bedoeld in artikel 111, eerste lid, van de gemeentewet.

Artikel 291

Ten aanzien van de bij de inwerkingtreding van deze wet zitting hebbende leden van de raad en wethouders zijn tot hun aftreden de artikelen, 15, eerste lid, en 45 slechts van toepassing voor zover de gemeentewet ter zake eveneens een verbod inhield.

Artikel 292

In afwijking van artikel 89, tweede lid, is artikel 13, eerste lid, onderdeel h, met betrekking tot bij de inwerkingtreding van deze wet bestaande commissies eerst van overeenkomstige toepassing ten aanzien van leden die zijn benoemd verklaard na de tweede verkiezing van de commissie die na de inwerkingtreding van deze wet wordt gehouden.

Artikel 293

In gemeenten die afdelingen of dorpen met een afzonderlijk vermogen en afzonderlijke inkomsten en lasten hebben, gaan dit vermogen en deze inkomsten en lasten op in de algemene huishouding van de gemeente, indien niet door het gemeentebestuur binnen drie jaar na de dag van inwerkingtreding van deze wet een andere voorziening is getroffen.

Artikel 294

Ten aanzien van het aantal wethouders blijft tot het eerste periodieke aftreden van de wethouders na de inwerkingtreding van deze wet artikel 86 van de gemeentewet van toepassing.

Artikel 295

Aanwijzingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de gemeentewet, blijven van kracht totdat zij bij koninklijk besluit worden ingetrokken. Tot dat tijdstip blijft artikel 2, derde lid, van de gemeentewet van toepassing.

Artikel 296

De artikelen 44, vierde lid, en 66, vierde lid, treden in werking op de dag van het eerste periodieke aftreden van de wethouders na de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 297

Verzoeken tot ontheffing en om toestemming als bedoeld in de artikelen 81 en 82 van de gemeentewet die bij de Kroon onderscheidenlijk Onze Minister zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze wet en waarop door de Kroon onderscheidenlijk Onze Minister voor de dag van de inwerkingtreding nog niet is beschikt, worden overgedragen aan de commissaris van de Koning.

Artikel 298

Ten aanzien van degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze wet het ambt van burgemeester vervullen is tot het eerste periodieke aftreden van de wethouders na de inwerkingtreding van deze wet artikel 68 slechts van toepassing voor zover de gemeentewet ter zake een verbod inhield.

Artikel 299

  1. Ten aanzien van verplichtingen als bedoeld in artikel 110, tweede lid, die gelden op de dag voor die van de inwerkingtreding van deze wet, vangt de termijn, bedoeld in artikel 110, derde lid, aan op de dag na die van de inwerkingtreding.

  2. Artikel 110, derde en vijfde lid, is niet van toepassing op verplichtingen als bedoeld in artikel 110, tweede lid, die zijn genoemd in de bijlage, behorende bij deze wet.

  3. Ten aanzien van voorschriften als bedoeld in artikel 110, vierde lid, die gelden op de dag voor die van de inwerkingtreding van deze wet, vangt de termijn genoemd in dat lid, aan op de dag na die van de inwerkingtreding.

Artikel 300

Artikel 153 is niet van toepassing op beroepschriften die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 301

De in artikel 150 bedoelde verordening wordt vastgesteld binnen een jaar na de dag van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 302

Artikel 151 van de gemeentewet blijft van kracht ten aanzien van wetten die tot stand zijn gekomen voor de dag van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 303

Voor bij koninklijk besluit aan te wijzen begrotingsjaren blijven de artikelen 242 tot en met 244, 245a, 245aa, 247, 249 en 250 van de gemeentewet van toepassing. In het koninklijk besluit kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van de in de eerste volzin genoemde artikelen.

Artikel 304

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 290, tweede lid, blijven besluiten inzake gemeentelijke belastingverordeningen als bedoeld in artikel 216 van deze wet, van toepassing met betrekking tot de heffing over voordien aangevangen belastingjaren of zich voordien voorgedaan hebbende belastbare feiten.

  2. In afwijking van het bepaalde in 290, tweede lid, vervallen de besluiten inzake gemeentelijke belastingverordeningen, bedoeld in de artikelen 273a en 274 van de gemeentewet, bij het verstrijken van de termijn die daarvoor in de desbetreffende belastingverordening is gesteld. Het eerste lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.

  3. In afwijking van het bepaalde in 290, tweede lid, vervallen besluiten inzake gemeentelijke belastingverordeningen als bedoeld in artikel 280 van de gemeentewet, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Wet van 24 december 1970 tot wijziging van de bepalingen inzake gemeentelijke en provinciale belastingen (Stb. 608), waarvan de heffing tot een bepaalde termijn is beperkt en waarvoor de mogelijkheid tot afkoop is gegeven, bij het verstrijken van de termijn die daarvoor in de desbetreffende belastingverordening is gesteld. Het eerste lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.

  4. Gemeentelijke verordeningen betreffende onroerende-zaakbelastingen, bedoeld in artikel 273, eerste lid, onder a en b, van de gemeentewet, moeten uiterlijk met ingang van 1 januari 1994 zijn aangepast aan artikel 220, achtste lid, van deze wet.

  5. Gemeentelijke verordeningen betreffende leges of rechten, bedoeld in artikel 277, eerste lid, onder a, b 1e, b 2e of b 4e, van de gemeentewet, moeten uiterlijk met ingang van 1 januari 1994 zijn aangepast aan artikel 229 van deze wet. Voor zover de in de vorige volzin bedoelde verordeningen voor 1 januari 1994 nog niet zijn aangepast aan deze wet, blijft tot dat tijdstip artikel 279 van de gemeentewet van toepassing, zoals dit luidde voor de wijziging van de gemeentewet bij de Wet van 3 juli 1989 (Stb. 302).

Artikel 305

  1. Met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikel 290, tweede lid, en artikel 304, blijven titel VI van de tweede afdeling, eerste en tweede hoofdstuk van de gemeentewet, alsmede de op die hoofdstukken berustende uitvoeringsvoorschriften van kracht gedurende de in die artikelen bedoelde termijn.

  2. Met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikel 304, derde lid, blijven de bepalingen uit de gemeentewet zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Wet van 24 december 1970 (Stb. 608) van kracht gedurende de in dat artikel bedoelde termijn.

Artikel 306

De artikelen 262 tot en met 266 zijn niet van toepassing op aan voorafgaand toezicht onderworpen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze wet. Ten aanzien van die besluiten blijven de op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet geldende wettelijke bepalingen van kracht.

Artikel 307

  1. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 oktober 1990 ingediende voorstel van wet houdende herziening van titel 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en wijziging van enige andere bepalingen van dat wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van Strafvordering (kamerstukken 21 847) niet in werking is getreden op het moment dat deze wet in werking treedt, blijft artikel 183 van de gemeentewet van kracht totdat dat voorstel van wet in werking treedt.

  2. Indien het in het eerste lid bedoelde voorstel van wet op een eerder tijdstip in werking treedt dan deze wet, vervalt artikel 183 van de gemeentewet op dat eerdere tijdstip.

Artikel 308

Indien het bij koninklijke boodschap van 10 maart 1990 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de binnentredingsbepalingen (kamerstukken 22 539) niet in werking is getreden op het moment dat deze wet in werking treedt, blijven de artikelen 153 en 154 van de gemeentewet van kracht totdat dat voorstel in werking treedt.

Artikel 309

  1. Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens de wet te bepalen tijdstip.

  2. Voor de bekendmaking van deze wet stelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, hoofdstukken en titels van deze wet opnieuw vast, en brengt de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen, hoofdstukken en titels met de nieuwe nummering in overeenstemming.

← terug naar Gemeentewet