Gemeentewet Actueel

Inhoud
Titel I Begripsbepalingen
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Titel VI
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet

Paragraaf 2

Deelgemeenten

Artikel 87

  1. De raad, het college en de burgemeester kunnen gezamenlijk één of meer deelgemeenten instellen.

  2. De raad, het college en de burgemeester kunnen gezamenlijk bij verordening voor een deelgemeente een deelgemeentebestuur instellen, bestaande uit een deelraad en een dagelijks bestuur, waaraan de behartiging van een aanzienlijk deel van de belangen van deze deelgemeente wordt opgedragen, en waarbij de raad aan de deelraad de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften ten aanzien van die deelgemeente geheel of gedeeltelijk overdraagt.

  3. In de verordening worden bevoegdheden van de raad ten aanzien van de deelgemeente uitsluitend overgedragen aan de deelraad en worden bevoegdheden van het college ten aanzien van de deelgemeente uitsluitend overgedragen aan het dagelijks bestuur. Bevoegdheden van de burgemeester ten aanzien van een deelgemeente kunnen in de verordening uitsluitend worden overgedragen aan de voorzitter van het dagelijks bestuur. In de verordening kan worden bepaald dat de deelraad aan hem toegekende bevoegdheden kan overdragen aan het dagelijks bestuur van de deelgemeente.

  4. In de verordening kan worden bepaald dat het dagelijks bestuur van een deelgemeente bevoegd is de uitoefening van een of meer aan hem overgedragen bevoegdheden uit naam en onder verantwoordelijkheid van dit bestuur op te dragen aan een of meer leden van dit bestuur, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

  5. De leden van de deelraad worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen van de betrokken deelgemeente die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad.

  6. In de verordening wordt de verkiezing van de leden van de deelraad zoveel mogelijk geregeld overeenkomstig de bepalingen van de Kieswet voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad. De artikelen Z 1 tot en met Z 11 van de Kieswet zijn op de verkiezing van overeenkomstige toepassing.

  7. De artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 zijn van overeenkomstige toepassing op de verordening.

Artikel 87a

  1. De raad, het college of de burgemeester kan besluiten en andere, niet-schriftelijke, beslissingen gericht op enig rechtsgevolg van een deelraad, een dagelijks bestuur van een deelgemeente, onderscheidenlijk een voorzitter van het dagelijks bestuur, vernietigen. De raad kan zijn bevoegdheid tot schorsing overdragen aan het college. Ten aanzien van de vernietiging van niet-schriftelijke beslissingen van een deelraad of een dagelijks bestuur gericht op enig rechtsgevolg zijn de afdelingen 10.2.2. en 10.2.3. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

  2. De in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening bevat een regeling over het overig toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door een deelraad of het dagelijks bestuur van een deelgemeente. Dit overig toezicht kan de goedkeuring van de raad of het college bevatten van beslissingen van een deelraad, onderscheidenlijk dagelijks bestuur. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ten aanzien van de goedkeuring van andere beslissingen dan besluiten is afdeling 10.2.1. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 88

Om lid te kunnen zijn van een deelraad is vereist dat men ingezetene is van het betreffende deel van de gemeente en overigens voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad.

Artikel 89

  1. Een lid van een deelraad is niet tevens:

    1. minister;

    2. staatssecretaris;

    3. lid van de Raad van State;

    4. lid van de Algemene Rekenkamer;

    5. Nationale ombudsman;

    6. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    7. commissaris van de Koning;

    8. gedeputeerde;

    9. secretaris van de provincie;

    10. griffier van de provincie;

    11. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de deelraad is, is gelegen;

    12. lid van de raad;

    13. burgemeester;

    14. wethouder;

    15. lid van de rekenkamer;

    16. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;

    17. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

  2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van een deelraad tevens zijn:

    1. ambtenaar, aangesteld of ondergeschikt aan het deelgemeentebestuur van een andere deelgemeente;

    2. ambtenaar van de burgerlijke stand;

    3. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;

    4. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

  3. In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:

    1. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of

    2. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op de dag waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 90

  1. Een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente is niet tevens:

    1. minister;

    2. staatssecretaris;

    3. lid van de Raad van State;

    4. lid van de Algemene Rekenkamer;

    5. Nationale ombudsman;

    6. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    7. commissaris van de Koning;

    8. gedeputeerde;

    9. secretaris van de provincie;

    10. griffier van de provincie;

    11. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente is, is gelegen;

    12. lid van de raad;

    13. burgemeester;

    14. wethouder;

    15. lid van de rekenkamer;

    16. lid van een deelraad;

    17. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

  2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van het dagelijks bestuur tevens zijn:

    1. ambtenaar, aangesteld of ondergeschikt aan een deelgemeentebestuur van een andere deelgemeente;

    2. ambtenaar van de burgerlijke stand;

    3. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;

    4. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

  3. In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente tevens lid van een deelraad van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:

    1. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of

    2. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op de dag waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.

  4. Artikel 36a is van overeenkomstige toepassing op de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente.

Artikel 91

De artikelen 14, 15, 49 en 50 zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het deelgemeentebestuur.

Artikel 92

  1. Een deelraad brengt dag, tijdstip en plaats van zijn vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij horende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 86, tweede lid, bedoelde stukken, worden gelijktijdig met de oproeping voor de vergadering en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

  2. De artikelen 22, 23, 24 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing op een deelraad.

← terug naar Gemeentewet