Gemeentewet

Inhoud
Titel I Begripsbepalingen
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Titel VI
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet

Artikel 81m

HISTORISCH
  1. De artikelen 81b tot en met 81f, 81h, 81i en 81j, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke rekenkamer, met dien verstande dat in de artikelen 81b tot en met 81d, 81i, tweede lid, en 81j, eerste lid, voor «de raad» telkens wordt gelezen «de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk» of, indien de rekenkamer mede is ingesteld door provincies, «provinciale staten en de raden van de deelnemende provincies en gemeenten gezamenlijk».

  2. Artikel 81g is op de gemeenschappelijke rekenkamer van toepassing, met dien verstande dat voor «de raad» wordt gelezen «de raad van de gemeente die daartoe in de regeling waarbij de gemeenschappelijke rekenkamer is ingesteld, is aangewezen» of, indien de rekenkamer mede is ingesteld door provincies, «provinciale staten van de provincie of de raad van de gemeente die daartoe in de regeling waarbij de gemeenschappelijke regeling is ingesteld zijn of is aangewezen».

04-06-2026 Huidig 21-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 31-12-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 11-12-2024 Historisch 31-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 12-02-2025.

Tekst van deze versie

  1. De artikelen 81b tot en met 81f, 81h, 81i en 81j, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke rekenkamer, met dien verstande dat in de artikelen 81b tot en met 81d, 81i, tweede lid, en 81j, eerste lid, voor «de raad» telkens wordt gelezen «de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk» of, indien de rekenkamer mede is ingesteld door provincies, «provinciale staten en de raden van de deelnemende provincies en gemeenten gezamenlijk».

  2. Artikel 81g is op de gemeenschappelijke rekenkamer van toepassing, met dien verstande dat voor «de raad» wordt gelezen «de raad van de gemeente die daartoe in de regeling waarbij de gemeenschappelijke rekenkamer is ingesteld, is aangewezen» of, indien de rekenkamer mede is ingesteld door provincies, «provinciale staten van de provincie of de raad van de gemeente die daartoe in de regeling waarbij de gemeenschappelijke regeling is ingesteld zijn of is aangewezen».

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gemeentewet