Gemeentewet

Inhoud
Titel I Begripsbepalingen
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Titel VI
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet

Artikel 229

HISTORISCH
  1. Rechten kunnen worden geheven ter zake van:

    1. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;

    2. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    3. het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.

  2. Geen rechten kunnen worden geheven ter zake van het gebruik van voorzieningen en het genot van diensten waarvan de kosten kunnen worden bestreden door het heffen van een belasting als bedoeld in artikel 228a, zulks met uitzondering van het aanbrengen van een aansluiting op een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Omgevingswet of op een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet.

  3. Voor de toepassing van deze paragraaf en de eerste en vierde paragraaf van dit hoofdstuk worden de in het eerste lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.

04-06-2026 Huidig 21-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 31-12-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 11-12-2024 Historisch 31-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. Rechten kunnen worden geheven ter zake van:

    1. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;

    2. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    3. het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.

  2. Geen rechten kunnen worden geheven ter zake van het gebruik van voorzieningen en het genot van diensten waarvan de kosten kunnen worden bestreden door het heffen van een belasting als bedoeld in artikel 228a, zulks met uitzondering van het aanbrengen van een aansluiting op een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.312.16, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet milieubeheerOmgevingswet of op een ander passend systeem als bedoeld in artikel 10.33,2.16, tweedederde lid, van diede wet.Omgevingswet.
  3. Voor de toepassing van deze paragraaf en de eerste en vierde paragraaf van dit hoofdstuk worden de in het eerste lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.

10 verwijzing(en)
Hoge Raad | 22-09-2017 | 04-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 03-03-2017 | 04-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 18-11-2016 | 04-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 03-06-2016 | 04-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 25-03-2016 | 04-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 29-11-2013 | 01-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 08-02-2013 | 18-02-2026
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-04-2012 | 01-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 06-01-2012 | 31-07-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 09-09-2011 | 31-07-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gemeentewet