Gemeentewet

Inhoud
Titel I Begripsbepalingen
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Titel VI
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet

Artikel 172b

HISTORISCH
  1. De burgemeester kan aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zorg te dragen:

    1. dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid; of

    2. dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid.

  2. Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden.

  3. De burgemeester kan voor de toepassing van het eerste lid ten hoogste twee andere meerderjarigen naast de persoon of personen die het gezag uitoefenen over een minderjarige aanwijzen ter begeleiding van de minderjarige.

  4. Artikel 172a, zevende, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

04-06-2026 Huidig 21-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 31-12-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 11-12-2024 Historisch 31-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De burgemeester kan aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zorg te dragen:

    1. dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid; of

    2. dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid.

  2. Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden.

  3. De burgemeester kan voor de toepassing van het eerste lid ten hoogste twee andere meerderjarigen naast de persoon of personen die het gezag uitoefenen over een minderjarige aanwijzen ter begeleiding van de minderjarige.

  4. Artikel 172a, zevende, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gemeentewet