Gemeentewet

Inhoud
Titel I Begripsbepalingen
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Hoofdstuk IVb De rekenkamerfunctie
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Titel VI
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet

Artikel 155e

HISTORISCH
  1. Niemand kan genoodzaakt worden aan de onderzoekscommissie geheimen te openbaren, voor zover daardoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het belang van de uitoefening van zijn beroep, dan wel aan het belang van zijn onderneming of de onderneming waarbij hij werkzaam is of is geweest.

  2. Zij die uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen getuigenis af te leggen, doch uitsluitend met betrekking tot hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd. Zij kunnen inzage, afschrift of kennisneming anderszins weigeren van bescheiden of gedeelten daarvan tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt.

  3. De burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van een door het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, onderscheidenlijk ambtenaren van politie en gewezen ambtenaren van politie, in dienst van de gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt, zijn niet verplicht aan artikel 155b, eerste en derde lid, en artikel 155c, derde lid, te voldoen, indien het verstrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang.

  4. De onderzoekscommissie kan verlangen dat een beroep als bedoeld in het derde lid op strijd met het openbaar belang wordt bevestigd door het college, of, voor zover de inlichtingen betrekking hebben op het door de burgemeester gevoerde bestuur, door de burgemeester.

04-06-2026 Huidig 21-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 31-12-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 11-12-2024 Historisch 31-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 10-07-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 02-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Niemand kan genoodzaakt worden aan de onderzoekscommissie geheimen te openbaren, voor zover daardoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het belang van de uitoefening van zijn beroep, dan wel aan het belang van zijn onderneming of de onderneming waarbij hij werkzaam is of is geweest.

  2. Zij die uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen getuigenis af te leggen, doch uitsluitend met betrekking tot hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd. Zij kunnen inzage, afschrift of kennisneming anderszins weigeren van bescheiden of gedeelten daarvan tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt.

  3. De burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van een door het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, onderscheidenlijk ambtenaren van politie en gewezen ambtenaren van politie, in dienst van de gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt, zijn niet verplicht aan artikel 155b, eerste en derde lid, en artikel 155c, derde lid, te voldoen, indien het verstrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang.

  4. De onderzoekscommissie kan verlangen dat een beroep als bedoeld in het derde lid op strijd met het openbaar belang wordt bevestigd door het college, of, voor zover de inlichtingen betrekking hebben op het door de burgemeester gevoerde bestuur, door de burgemeester.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Gemeentewet