1. Onze Minister draagt zorg voor de opening van een of meer afzonderlijke bankrekeningen welke uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van gelden, voortvloeiend uit het gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van de administratieve sancties.

  2. Onze Minister is belast met het beheer van de in het eerste lid bedoelde bankrekeningen en de in verband daarmee te voeren administratie.