1. In het belang van een juist gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie wordt er op toegezien, dat in de gevallen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onverwijld een betalingsbewijs wordt ter beschikking gesteld dat door de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie wordt voldaan, is gedagtekend en ondertekend.

  2. De bevoegde ambtenaar en de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie kan worden voldaan, worden in het bezit gesteld van de bijlage, bedoeld in artikel 2 van de wet. Aan de betrokkenen verlenen zij desgevraagd inzage in deze bijlage.