Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Inhoud
§ 1 Begripsbepalingen
§ 2 De bevoegde ambtenaren en de bevoegdheid tot het opleggen van de administratieve sanctie
§ 3 De betaling
§ 4 Het toezicht
§ 5 De verantwoording der gelden
§ 5a De administratiekosten en de kosten van verhaal
§ 6 Bijstand
§ 7 Slotbepalingen

Artikel 2

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2018.
  1. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn belast:

    1. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering;

    2. de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan een onderwijsinstelling, ressorterend onder het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij de politie; en

    3. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.

  2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn mede belast:

    1. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten;

    2. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover die ambtenaren bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde voorschriften.

01-01-2018 Huidig 07-06-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-07-2009 Historisch 27-03-2009 Historisch 08-09-2006 Historisch 15-07-2001 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2013.

Tekst van deze versie

  1. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn belast:

    1. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering;

    2. de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan een onderwijsinstelling, ressorterend onder het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij de politie; en

    3. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.

  2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn mede belast:

    1. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten;

    2. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover die ambtenaren bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde voorschriften.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften