1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. personen die bij bijzondere wetten met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten worden belast en; b. personen die bij verordening zijn belast met het toezicht op de naleving van die verordening, een en ander voor zover het die feiten betreft en die personen zijn beëdigd.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.