1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden op zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder voor de omgeving en directe omstanders kan worden veroorzaakt.

  2. Het is verboden op of aan de weg calciumacetylide (carbid) bij zich te hebben, met dien verstande dat het bij zich hebben is toegestaan wanneer dit kennelijk geschiedt ten behoeve van bedrijfsdoeleinden.

  3. Het verbod gesteld in het eerste en tweede lid geldt niet indien:

  4. gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen en

  5. het gebruik plaats vindt tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar en

  6. er niet geschoten wordt in de buurt van verzorgingshuizen, gebouwen waar kerkdiensten worden gehouden en andere door het college aan te wijzen gebouwen en

  7. er met bal wordt geschoten.

  8. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, Wet wapens en munitie, Wet milieugevaarlijke stoffen, Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.