1. In dit artikel wordt onder waterscooter verstaan: een gemotoriseerd watersporttoestel, gebouwd of ingericht om door één of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen, dat als waterscooter, jetski, “banzaibootje”, waterbob, jetbike wordt aangeduid of ander soortgelijk toestel.

  2. Het is verboden een waterscooter, die zich in een kennelijk voor onmiddellijk gebruik geschikte en beoogde staat bevindt, bij zich te hebben, te brengen of daarmee het openbare water op te gaan op door het college aangewezen oevers in de gemeente.

  3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet voor bestuurders van waterscooters:

    1. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening; of

    2. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door het college aangewezen plaatsen; of

    3. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd.

  4. Het college kan in zeer bijzondere gevallen van het in het tweede lid genoemde verbod ontheffing verlenen op daartoe aan te wijzen perioden, tijden en/of gebieden.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.