1. Het in gebruik hebben van één of meer technische of mechanische installaties (zoals een warmtepomp of airco) in de buitenlucht, die niet vallen onder de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer het Besluit bouwwerken leefomgeving of het omgevingsplan mag geen geluidshinder veroorzaken en moet de grenswaarde in acht worden genomen zoals aangegeven in het tweede lid en moet tevens het bepaalde in het derde en vierde lid in acht worden genomen.

  2. Het gemiddelde geluidsniveau LAr, LT, op de gevel van een naastgelegen geluidsgevoelig gebouw (zoals een woning) of op 5 meter van het apparaat indien het geluidsgevoelige gebouw verder weg staat, mag niet meer bedragen dan 30 dB(A).

  3. De in tweede lid genoemde waarde op de gevel ook geldt bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein.

  4. De controle op dit voorschriften vindt plaats conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (m.u.v. de toeslag tonaal, want dit zit al verwerkt in de grenswaarde).