1. Het is verboden buiten een inrichting knalapparaten ter verjaging van schadelijk gevogelte in werking te hebben dan wel te gebruiken.

  2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:

    1. het knalapparaat in werking is, dan wel gebruikt wordt tussen 07.00 uur en 21.00 uur en;

    2. de afstand tot een woning van derde meer bedraagt dan 250 meter en;

    3. het bronvermogen op 20 meter afstand niet meer bedraagt dan 120 dB(A) en;

    4. binnen een afstand van 150 meter geen ander knalapparaat in werking is of gebruikt wordt en;

    5. de afstand tot de openbare weg meer bedraagt dan 50 meter of de verkeersdeelnemers op een deugdelijke wijze worden gewaarschuwd voor het inwerking zijnde apparaat en;

    6. het aantal knallen in relatie tot de afstand tot geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan 1 knal per 10 minuten;

    7. de loop van een knalapparaat van geluidgevoelige gebouwen en terreinen afgericht staat;

    8. cumulatie met knalapparaten op andere percelen niet leidt tot ontoelaatbare hinder;

    9. het knalapparaat elke dag 50 meter verplaatst wordt;

    10. een knalapparaat slechts gedurende een maximaal aaneengesloten periode van 4 weken op hetzelfde perceel staat opgesteld of in bedrijf is.

  3. Het tweede lid is niet van toepassing op situatie waarin wordt voorzien door of krachtens de Provinciale omgevingsverordening (stiltegebied).