De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:
de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:40b, eerste lid, of 2:40c onder sub a en b;
de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
in de inrichting een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I of lijst II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel aanwezig is.