1. Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

    1. Het eerste lid is niet van toepassing op uitwegen die zijn aangelegd voor 1 oktober 2010.

  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd;

    1. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg en de bruikbaarheid van de weg;

    2. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een met markering of materiaalverschil aangeduide en als zodanig herkenbare openbare parkeerplaats;

    3. indien door de uitweg het openbaar groen of de groenvoorzieningen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

    4. indien er sprake is van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten;

    5. het functioneren van aanwezige openbare (nuts) voorzieningen op of aan de weg door het maken van een uitweg op onaanvaardbare wijze wordt belemmerd of teniet wordt gedaan.

  3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.